October 12, 2009
De kat, die schudde met zijn hoofdje. En omdat we nu eenmaal voorbereid wilden zijn, hadden we al een hoopje kattenboekjes in huis. Die kattenboekjes lieten mij weten dat poesmans misschien wel eens een oorontsteking kon hebben. Een OORONTSTEKING! We hebben de kat nog maar goed een maand en ze gaat al DOOD! (disclaimer: Ik ben bezorgd, en begin direct te panikeren, uiteraard gaat een kat niet dood van een oorontsteking, tenzij ze misschien in een goot ligt te piepen in de koude regen omdat een of andere onverlaat liever kittens langs de kant van de weg achterlaat IN EEN DOOS, dan ze aan de deur van een asiel te droppen. Ja, dat was een zijwegje, want hulpeloze dieren/mensen eender waar, in eender wat voor omhuizing aan hun lot overlaten is gewoon onbegrijpelijk. Onbegrijpelijk is meer dan een understatement. Een understated understatement. Dat is lager-bij-de-grond dan de kern van de aarde, en lager kan niet. Maar goed, terug naar de main road.)
Poes moest toch om een spuitje, dus dachten we dat een bezoekje naar de dierenarts niet overdreven hypochondrisch was. (Als het dan al mogelijk is om in andermans plaats hypochondrisch te zijn, maar goed, u begrijpt waar ik naartoe wil.) Dus we grijpen onze zwart-witte vriend gently but firmly en dirigeren hem in zijn reismandje. Eens hij schoonmoeder’s grijze auto ziet, begint ie zielig te mauwen. Niet miauwen, maar mauwen, een laag keelgeluid dat zo ongelofelijk zielig is dat het hart van de Tinnen man uit de Wizard of Oz zou breken.
Aangekomen bij de dierenarts mocht hij uit zijn huisje op verplaatsing. Hij liet gehoorzaam in zijn bekje kijken en slikte zonder morren het ontwormingspilletje door. Bij het spuitje gaf hij zelfs geen kik! In tegenstelling tot mijn konijn een paar jaar geleden was Tommeke de braafheid zelve en liep hij niet met een spuit in zijn lijf de hele dierenartsenpraktijk rond. Dan kwam het moment waarop de dierenarts naging of het nodig was dat we hem lieten castreren. De zoektocht naar de teelballen kon beginnen en mocht lyrisch eindigen met de anticlimax: ‘euh, da’s een kattin’. We hebben dus een poes, en tot die conclusie moeten we komen nadat ik al een maand lang probeer af te leren dat niet elke kat vrouwelijk is en dat we een hij’tje hadden.
October 7, 2009
De poes, die is ondertussen onze baby. Onze hyperlieve en rare kater in huis. Als ik weg ga gaat het kopje een lichtjes schuin. En grote en veel te vragende oogjes. En een miauwtje hier of een ‘laat ik je eens lekker vertragen door voor je voeten te lopen of mij te verstoppen onder een trede van de trap!’. Niet echt eronder –al neigt hij wel vaak naar onderduiken in every nook and cranny - maar zo absoluut niet verstopt dat het grappig is. Als een worstje uitgestrekt over de hele tree. En af en toe stiekem vanachter zijn weinig verhullend latje hout kijken om te zien of ik hem al gevonden heb. En dan ineens zoevend van de trap, of misschien weer naar boven, IK WEET HET NIET, ZO VEEL OPTIES.
Onze kat, ja die zorgt ervoor dat we niet teveel geld meer gaan uitgeven. Uiteraard is dat beestje rotverwend door ons, maar hij lijkt ons te willen zeggen dat dat allemaal voor niks nodig is. Hier kleine vriend: een minikrabpaaltje met balletje en muisje-op-een veer. Hier grote baas, lijk ie dan te zeggen, de doos van dat krabding en ik die erop lig. Ja, baas, liever op de doos dan in dat knusse mandje dat je voor me kocht. Of de wasmand! Of nee wacht! De pizzadoos, NOG BETER!
Maar het balletje, dat is wel zijn vriend. Alhoewel, vriend, da’s misschien wat te ver gezocht. Tom rent gelijk gek heel het huis rond, onder veel te lage tafels en kastjes om zijn prooi te vinden. Soms knalt hij zelfs in zijn volle enthousiasme tegen met zijn kop of schouder tegen de tafel of de gitaar. En elke avond als we thuiskomen, floddert hij langs onze benen en miauwt het verhaal van de dag die we gemist hebben. En gisteren, zat hij zelfs voor het raam te wachten toen ik thuiskwam, en de druilerige dag klaarde ineens zienderogen op.

September 13, 2009
Poes was eerst een beetje bang en verstopte zich achter elke hoek en kant. Om nog maar te zwijgen van de onmogelijke uitstapjes door onmenselijk kleine openingen. Poes was wantrouwig en wou ons laten weten dat hij niet tevreden was. Dat hij zijn vriendjes, baasjes en oude huisje miste. Dat we verdomd gemeen waren hem zomaar ineens weg te rukken uit die vertrouwde omgeving..
Maar geleidelijk aan draait hij bij. Eerst kwam hij ons wakkermiauwen van onder het bed. Maar toch schichtig wegschieten als we hem aandacht gaven. De nacht erna kwam hij over onze slapende lijven trippelen en aaikes eisen. We obliged, hoe kunt ge nee zeggen tegen zo’n kleine pluisbol?

De volgende stap was dat hij zijn snoet kwam tonen in volle daglicht waarna hij het aandurfde de zetel in te springen en daar wat kwam aaikes incasseren. Daarna dutte hij terwijl wij hem streelden. Vannacht sliep hij zelfs even naast ons in bed. Poes is nu zelfs niet meer bang als een van ons rechtstaat om even een andere kamer te verkennen. Daarnet liep hij zelfs nieuwsgierig mee. Poes is een ochtendkater, en voor hem, wil ik ook wel eens meedoen.
