Monthly Archives: July 2009

home run

De pen laat niets meer los. Uit luiheid of uit vrees? De pen stokte. Ik hunker naar tijden van ganzenveer en inkt. Tijden wanneer een stilte drupte op het blad en toch iets tastbaars achterliet. Een vlek op het blad is dan niet noodzakelijk een doorn in het oog. Eerder een rust. Adagio. Intentie zonder woorden, nooit woorden zonder intentie.

De pen knipt en knipperde maar raakte geen papier. Een andere pen lag doelloos onderaan in een tas. Vergeten. Geen punt stond op papier, geen enkel ander veegje. Enkel drie lang uitgerekte punten in een voor anderen onzichtbare tekstballon, zwevend rond mijn hoofd. Dansend voor mijn ogen. Sarrend om de stilte van het papier. De leegte die ik achterliet zonder ze te vullen.
Een gat, door heel mijn lijf. Voelbaar van mijn vingertoppen tot de achter van mijn schedel. Ogen die zien en niet registreren. Die niet opbergen voor later. Die zinnen verbrokkelen nog voor ze worden gevormd.

Niet meer. Ik drink met mijn ogen. Laat het vloeien tot achter mijn oren. Laat het daar weergalmen en de bruisende stroom richting vingertoppen zal de woorden vatten en verhalen. Ik laat het eruit. Er. Uit.

De muren, die praten niet terug

Op een zoevende trein tussen twee provinciesteden zit ik hongerig te schuimbekken bij de aanblik van mijn Delicious. Het olijke gekwetter van twee oudere burgers der maatschappij doorbreekt mijn likkebaardende dagdromen. Dood, euthanasie en rusthuizen passeren de revue. Het koppeltje blijkt niet man en vrouw te zijn en spreken elkaar aan met een zedig Menier en Madam.

Beiden kennen ze blijkbaar Mille van achter den hoek (rip), Maria van onze Jos (rip) en Marcel van den bakker (helaas, rip). Zij houdt van kaarten en dansen, net zoals Menier zijn vrouw (rip). Hij deed daar niet aan mee, hij legde de plaatjes op. (Een oude grammofoon en dat krakend geluidje. En dan de bejaarde beentjes in de lucht. It paints a pretty picture.) Petanque, dat kan er dan weer niet in. Tja, ge zijt daarvoor of niet eh Menier. Hij heeft nu een ‘wasvat’ dus de was doen kan hij nog zelf. Maar ach, hij zit daar altijd maar te praten en die muren die klappen niet terug eh Madam. Nee, de muren baden in stilte.

Ondertussen dwalen mij gedachten af naar de lijntjes en de stiftomtrek. Van kunst en traditie die al langer bestaat dan de tijd zelf. Bij wijze van. Van samenhorigheid en stralen, magenta en de benadering van de perfectie. Van wensen, willen, wachten en krijgen. Van ontwapenend doodsgeratel naar artistieke lijnomtrekken die eeuwig zullen sieren. Of tot het einde der dagen wanneer ik met even oude kennissen zal keuvelen op de trein, die blijkbaar ook al iedereen zagen voorbijgaan.

Glooiende weiden en koeien waar een serieuze pak aan is. Grauwe wolken maken het geheel niet minder pittoresk. Het landschap blijft ruwweg hetzelfde, ook al is het constant in beweging. Ik loop nu nog steeds op de grond waar zij toen hun eerste danspasjes waagden. En toch vertrekken we vanuit een andere wereld, een wereld van verschil. Hun wereld is de mijne niet, net zo min de mijne die van hen benadert. Die jeugd van tegenwoordig, menier!