Wat een zalige luxe om op een nazinderende zomerdag uit te blazen en af te koelen in de avondbries die zachtjes alles laat ritselen. De stadsgeluiden overstemmen de rust, maar geven toch een soort van glans. In de stad ben je nooit alleen. Altijd is er het geruis van de auto’s, rammelbakken van fietsen en de jolige buren die het begrip stilte niet geheel omvatten. Een gezellig gekakel in een veelvoud van talen omringt een eenzame tikker in omzwervingen van gedachten.
Ik was geen stadskind, noch kwam ik van het platteland. Ons huis stond geplakt tussen andere huizen op een centraal punt waarrond een ringweg, een spoorweg en de Zaventemse luchtweg zoemden. En toch was er een huisje verder plaats voor de zelfverbouwde groenten. Ik was een tussenin en nu ben ik van de stad. Ik leef en adem de stad en ik kon me momenteel geen betere leefomgeving bedenken. Om 8 voor 6 nog rap naar de stripwinkel kunnen rennen omdat de Humo je aanzette tot een impulsaankoop en om kwart na zes glimmend van contentement met je prijs thuis aankomen. Weerom, luxe.
Vrienden over de vloer of gewoon onverwacht toch nog de stad intrekken en van het leven proeven. En LOPEN! Geen honderdduizend busverbindingen missen, zelfs de fiets hoeft niet van stal. Alles binnen handbereik op de benen en voeten en meer moet dat niet zijn. Wonen, werken en leven in een stad en uitrusten in de stadstuin waar elke maand een andere bloem tot leven komt. Stiekem krullende mondhoeken. Hier hoor ik thuis, hier is mijn thuis. Alleen, lieve mannen van de Pidpa, maak wat voort met die werken zodat ik mijn dorpel eens kan kuisen! Of eens een dagje wakker kan worden zonder hoofdpijn. Alsjeblieft?
(P.S.: I love Poladroid! )




