Het was koud. En ook nog koud. En daarenboven was het echt wel koud. Het was tweede Kerstdag. Het was een wandelend ochtendhumeur dat moest werken op tweede fucking Kerstdag. Het was een bus die drie minuten voor zijn tijd mijn gezichtsveld uitvlamde. Het was een andere bus die helemaal niet kwam opdagen. Het was de onzekerheid of die andere buslijn nu wel of niet reed, die me twee rotvehikels deed missen. En voor eentje had ik dan nog gelopen ook. Alsof het niets was. Het was een uur lang. En koud. En het dan nog mogen gaan uitleggen en inhalen ook.
Het was een mopperend ochtendhumeur dat aan het ijsberen was in dat bushokje. Over en weer en steeds de minuten zien verdertikken. En steeds een grimmigere blik. De voorbijrijdende auto’s (met chauffage!!!) en hun passagiers zullen raar hebben gekeken naar die meid waarvan enkel de ogen zichtbaar waren. De gekkin die steeds om en om het hoekje liep, komt er daar een bus? Nee? Daar dan? Nee! AAAARG! Enzovoorts.
En wat brengt dat dan op, hoor ik u vragen. De Lijn gaf me een tweedelig kerstcadeau; een extra uurtje werken op maandag EN een viral infectie. Bedankt! Ik kijk al uit naar deze vrijdag! Wat een avonturen zullen me dan weer te wachten staan. Nu, ik mag niet volledig klagen, het virale cadeau bezorgde me dan weer tweeënenhalve dagen hoestverlof. En echt waar, een verbod om de bus te nemen wegens airco! Al moet ik toegeven dat de Beste Busmaatschappij Van Vlaanderen wonderen doet voor mijn te lage bloeddruk. Always look on the bright side of *KUCHROCHEL..*Urgh. Ik kruip terug mijn nest in.
Nu stoere homies de kast uit durven komen voor hun angst voor kronkelbeesten, voel ik me al minder belachelijk wanneer ik mijn bug slaying outscource aan dieje van ons!
Ik hoor Dylan. En ik ram op het kleinnood dat de bard mijn kamer inbrengt. En mijn ogen gaan toe. Meteen hoor ik weer Dylan. Meteen weer een harde mep op dat rode stuk onbenul dat mij elke morgen meermaals wakkermaakt. Geen avans. Nogmaals Dylan. Niet dat ik die mens niet graag bezighoor ofzo, maar pakt dat het een vrij slecht idee was om hem te misbruiken als wekker. En dat ik al mijn snoozeminuten vanbuiten ken.
Wekkers, niet mijn meest welkome kamergarnituur. Hoe ongelofelijk, overmeesterend zalig zijn de dagen dat enkel de interne klok hoeft af te gaan. En dan nog eens ronddraaien en een piepklein foetusbolletje vormen nadat het hoofd zijn exacte plaats heeft gevonden op het oerzachte kussen. En na het echte ontwaken alle ledematen even functioneel uitrekken en net niet vergenoegd beginnen spinnen.
Maar de klok gaat onverbiddelijk wel af vandaag. En het voelt alsof er helemaal niet is geslapen geweest. En er is geen tijd om te spinnen, noch om te soezen. En wanneer een teen vanonder het laken uitglipt, ontpopt een sluimerende ongezelligheid zich tot een ware brok full frontal ochtendhumeur. Ik kruip onder mijn beschermend laagje warmte uit. Het gezicht en dito haartooi die ik in de spiegel ontwaar zou menig donker steegje ontsieren. Gezichtsuitdrukking staat op grmbl. Haar staat. Of zo goed als. Een oog gesloten en een ander dat argwanend de reflectie waarneemt. Nee, dit is zo hard een maandag, ook al wijst de kalender me terecht.
Na een lange verfloze tijd heb ik de borstels eindelijk weer eens uit de kast gehaald. En me beklaagd dat ik toch geen doeken had gekocht, want dat verft toch leuker dan zo’n ouderwetse schetsblokken. Maar goed, oldschool is ook wel eens fijn en deze week heb ik een recordaantal van twee tekeningen ingeschilderd. Natuurlijk had ik weer een inspiratiebron nodig want ik ben een kluns in het vanuit het hoofd tekenen, dus steel ik andermans karakters om zelf uit te werken. Deze keer raakte ik zwaar bezeten door L, een van de hoofdpersonages uit de fantastische animereeks Death Note. Heerlijkste. Haar. Ever. En het personage zelf heeft van die geweldig vreemde trekjes, wat me dan weer aantrok in de eerste plaats. Anyway, here are the results:
Poging 1: Beste qua techniek en uitdrukking, maar het haar is niet 100%
Poging 2: haar succesvol, uitdrukking iets minder goed.
Hoe geloofwaardig is het begrip karma nog in onze corrupte wereld? Krijgen we voor onze goede bedoelingen ook effectief iets terug, behalve het hoongelach achteraf? Ik ben dood- en doodeerlijk. Iedereen, mezelf incluis, verklaart me gek dat ik een winkelbediende die me weergeeft op 50 euro, terwijl ik maar 20 had gegeven, zijn geld teruggeef. Voor dat ik goed en wel kan bedenken dat diezelfde winkelbediende hoogstwaarschijnlijk een andere berekening zou maken als ik te weinig wisselgeld kreeg, is de pas verworven 30 euro al weer van eigenaar gewisseld.
Als ik mijn hypothetische kinderen slechts een levensles zou kunnen meegeven, in een bedtijdverhaaltje voor ik hun nachtlampje doof voor ze de volgende dag als volwassenen de deur uitvliegen, weet ik wat ik ze graag zou vertellen. In één zin en met een torenhoog cliché, zal ik hen zeggen dat ze anderen moeten behandelen zoals ze zelf willen behandeld worden. Maar hoe naïef is die gedachte eigenlijk? Maak ik mijn hypothetische kinderen dan klaar om door heel de wereld bedot te worden?
Als ik ooit met die vragende kinderoogjes wordt geconfronteerd, in de hoop dat ik hen kan vertellen wat hun plaats is in de wereld, wat zal ik dan zeggen? Kan ik hen dan nog bedekken met de mantel van onschuld en ze vertellen dat wie goed doet ook goed krijgt? Hoe leer je nieuwe mensen over mededogen en eerlijkheid zonder dat ze kleine tapijtmensjes worden waaraan iedereen zijn voeten veegt?
De kinderlijke onschuld laat steeds een wrang gevoel na, want ooit beseffen ze dat het allemaal zo niet lijkt te werken. Dat de Sint een leugen was evenals de hoop op wereldvrede. De zakken van de rijken zijn nog diep genoeg om vooral veel te nemen, zij zorgen er zelf voor dat ze goed krijgen.
And that’s why karma is a bitch, children. Good night and don’t let the megalomaniacs bite!