February 28, 2008
Ik ben triest. Nee, niet triest. Ik ben melancholisch. Misschien. Of niet. Misschien ben ik helemaal niets. Of kalm. Ja, kalm zou het wel eens kunnen zijn. En hongerig ook.
Ik hou van herhaling. Van weten wat komt en routine volgen. Verloren geraken in een patroon. En ook helemaal niet. Nieuwe dingen, indrukken, gedachten. Dààr ben ik naar op zoek.
Ik hoor het gerij maar de vogels overstemmen. Een groen hartje in het centrum van de drukte. Maar het klopt niet. Groen en glazen gebouwen. De drukte raast langs mij. En toch.
Het is grijs. Maar toch ook gelig. En ergens schijnt de zon. Hier ook maar helemaal stiekem. Incognito in het wolkendek. Zijn deze letters nieuw? Nee. De combinatie dan? Niet zeker. Waarschijnlijk niet. Zeker niet. Kan ook niet.
Alleen maar niet helemaal. Maar in gedachte(n). Razen. Razen. En ik doe er niet aan mee. In deze tellen niet. Een zee van tijd. Ik voel het binnenin. Zenuwen? Toch net iets anders. Ik ga naar waar het klopt. Nu. Maar eerst nog vastleggen.

February 27, 2008
Een cinemazaal binnenstappen, helemaal verdwaasd buitenkomen en niet meer weten waar je staat is een van de heerlijkste gevoelens die een mens kan ervaren. Het is natuurlijk niet elke film gegeven om je zo helemaal ondersteboven te meppen, maar er zijn een paar pareltjes die je compleet kunnen overdonderen. Een film bevat ook zoveel aspecten die op je gevoel kunnen inwerken dat het een waar huzarenstuk is om al die kanten te laten samenkomen in een vloeiend geheel dat je even helemaal weg van de wereld brengt.
Film kan je rechtstreeks uit de realiteit katapulteren, meteen een van de redenen waarom ik zo’n aficionado ben van de cinema. As luck would have it, mag ik me dezer dagen helemaal onderdompelen in het filmgebeuren, voor mijn stage bij een filmsite. Dankzij mijn aanwezigheid op het Anima-festival ben ik nu helemaal into anime en animatiefilm. Ik bekijk nu elk geanimeerd beeld dat ik tegenkom met andere ogen. Mijn respect voor animatoren is aanzienlijk gegroeid, aangezien je op zo’n festival aan zoveel verschillende soorten bewegende tekeningen wordt blootgesteld. Naïef genoeg, leek ik de laatste tijd te denken dat Pixar de norm was. Maar de films die ik daar zag deden me 180° van gedacht veranderen. Een juweeltje als Nocturna liet me achter met het gevoel dat je al aan kinderen zou beginnen denken, gewoon om ze die film te kunnen tonen. Dat een anderhalf uur durende beeldenstroom zo’n emoties kan opwekken, is ronduit verbluffend.
Maar mijn liefde voor cinema heeft ook een groot nadeel. Het teveel. Het teveel aan zowel goede als slechte films en het niet weten waar eerst kijken. Ik durf allang geen lijstje meer maken van de films die ik nog dringend moet (her)bekijken, want ik weet dat de paniek om mijn hart zou slaan. Het ongeschreven lijstje in mijn hoofd van enkel recente films is al te lang om in de nabije toekomst af te werken. Gelukkig wil dit ook zeggen dat er nooit een tekort zal zijn, dat er altijd de rêverie zal blijven voor of na een film. Want uitkijken naar een film kan ook al zo enorm leuk en spannend zijn. Al moet je soms opletten daarin niet te overdrijven om de verwachtingen niet te hoog te spannen. Ach film, spreek me er niet over, want je krijgt me niet meer stil. Als film een religie was, stond ik op de eerste rij om me te laten dopen.
February 23, 2008
Er is zoveel moois te beleven. Zoveel dingen die je kan horen en zien en doen, dat de keuze schier onbeperkt lijkt. Als je je dan te hard op een van die dingen focust kan je je even daarna weer inleven in het andere en beseffen hoe geweldig dat ook weer was.
Door mijn stage had ik mezelf volledig op film gegooid, in al zijn aspecten. Ik was er van overtuigd geraakt dat cinema hetgeen was waar ik het allerliefste mee bezig was. En enerzijds is dat ook wel zo. Maar dan legde ik nog eens een plaatje op en verloor ik mij weer helemaal in een wereld van geluid. Hoe heerlijk dat of dit akkoord ook wel klonk en hoe fantastisch die mens zijn stem het geheel ook weer droeg. Het was alsof ik uit een winterslaap werd gerukt, maar meteen werd gesust met fijne tunes die me weer helemaal in de noten deden verloren lopen.
En dan was er het boekenfestijn, dat mijn papierkast weer grondig heeft aangevuld en me nogmaals heeft doen beseffen hoe hard woorden op je kunnen inwerken. Lezen heeft eigenlijk ook wel iets van film zien, al moet je je eigen beeld en soundtrack erbij verzinnen. In die zin geven boeken mij een extra boost om de zijwegen niet te vergeten. Film is nu mijn hoofdweg, maar zit overvol met woorden en betekenissen en klanken om het te vervolledigen. Boeken vergen misschien wat meer moeite, omdat je alles in je hoofd moet gaan zoeken, en samen plakken tot een coherent geheel. Langs de andere kant is film weer moeilijker in die zin dat de maker maar een beperkte tijd heeft om alles ten berde te brengen. En kan ook muziek je helemaal overrompelen met filmische fotografie en gedachten rondom tekst. De suggestie van het ongeziene is van al mijn favoriete belevenissen het leukste aspect.
Suggereer me wat je me niet kan tonen. Toe dan!
February 22, 2008
Geduld, het ontbreekt me soms (altijd). Vandaar dat ik nu met een gepimpte geeklog zit en niet het fantastische idee dat in mijn hoofd zit. Overigens, dat idee ziet er fantastisch uit in mijn hoofd, maar nogal lousy op papier in mijn eerste klad.
Maar geduld ontbreekt me. Ik wil Spaans kunnen, maar geen Spaans leren. Vocabularium, het komt me mijn strot uit. Voor iemand die zoveel van woorden kan houden, heb ik ze minstens al veel vaker vervloekt. En ik wil paardrijden, maar niet in zo’n onnozele wei rondhuppelen. Nee, ik wil meteen de weidse wereld in. Draven door heuvels en velden, maar zeker niet in rondjes dolen. En als de eerste lijn van een tekening niet goed zit, ben in geneigd ze meteen op te frommelen tot een klein propje lucht en ze in de vergeetput te gooien. Om maar niet geconfronteerd te worden met de minuscule mislukking, die ik alweer een plaatsje bij de rest zou kunnen geven. Vele kleintjes maken transformergewijs, heel groot.
Mijn gebrek aan geduld uit zich dus in het veel te snel opgeven van dingen. Of in snel op iets anders overschakelen. Ik wil het meteen perfect doen, of toch de perfectie proberen te benaderen. En dat lukt natuurlijk niet in een enkele poging.
Vaak wou ik dat ik al in de verre cyborgtoekomst leefde, dat ik gewoon dingen op mijn harde schijf kon downloaden en meteen starten met het echte werk. Ik zou willen zeggen dat ik perfectionistisch ben, maar dan zou ik dingen afmaken in plaats van ze ontmoedigd in de vuilbak te gooien na twee miezerige pogingen. Geduld, het is een schone deugd.
Ofwel ben ik gewoon wat nutteloos in het rond aan het ratelen, dat kan ook natuurlijk.
February 21, 2008

Toen ik bij Zezunja een blog las over synesthesie wist ik eindelijk wat er al zo lang raar liep in mijn hoofd. Of kon ik er alleszins al een naam op plakken. Mijn synesthesiteit uit zich in woorden en letters met kleuren verbinden. Zo is maandag altijd blauw geweest, dinsdag roze, woensdag geel, donderdag groen geweest. Vrijdag, zaterdag en zondag zijn een beetje vaag, die durven zich diep in mijn hoofd niet kleurrijk te uiten denk ik. Ook cijfers zitten vastgeroest in een bepaalde kleur, 2 is geel, 5 is rood, 10 is wit, you get the picture.
Ik dacht altijd dat dat iets te maken had met indoctrinatietechnieken in de kleuterklas door kaartjes in vrolijke kleurtjes die ons leerden lezen. Bij nader inzien bedenk ik dat ik helemaal niet zeker meer weet of je al in de kleuterklasjes leert lezen, maar goed. De indoctrinatietheorie dus van de baan, uw kinderen zijn veilig in de kleuterschool. Het heeft blijkbaar allemaal iets te maken met hersenverbindingen die bij iedereen aangeboren zijn, maar bij sommigen kiezen om af te sterven.
Beelddenken hangt ook samen met synesthesie en daarin kan ik me ook terugvinden. De loop van een jaar ziet er bij mij uit als een lange lijn vakken die schuin lopen, beginnende bij september en eindigend met augustus. Een lange weg van de grote vakantie naar de eerste schooldag dus, misschien een bewuste keuze in mijn kinderbrein.
Wanneer ik een boek lees, beeld ik mij ook uitvoerig in hoe de besproken ruimte of persoon eruitziet, wat soms tot teleurstellingen kan leiden als je je eigen denkbeelden dan naast een verfilming legt. Want Ford Prefect uit The Hitchhikers Guide To The Galaxy ziet er in mijn hoofd helemaal niet zwart uit. En al zeker niet zo stoer als Mos Def.
Synesthesie kan voorkomen bij hoog sensitieve personen, en is dus een verhoging van de normale waarneming. Het is ook een specialleke, want slechts 5% van de wereldbevolking heeft het. Het kan volgens wiki ook uitgelokt worden door bepaalde drugs, maar na na na die heb ik toch lekker niet nodig, mijn hersenen kronkelen vanzelf!
February 20, 2008

Degenen die hun hand durven op te steken en te zeggen dat ze nog nooit een stukje van Peanuts hebben gelezen moesten zich schamen! Nee, ze horen op de brandstapel! Alhoewel, het gemis op zich is al een straf genoeg.
Peanuts, met Snoopy en Charlie Brown is pure hartverwarming, gewikkeld in de magie van het kind zijn. Snoopy, de meest bekende figuur uit de reeks, is een waar icoon geworden van ‘den expo’ en dat doet de arme beagle geen recht aan. Snoopy’s Guide to the Writing Life is dan ook een mooi eerbetoon aan een van ’s werelds bekendste honden. Meer dan dertig bekende schrijvers geven de pelsen verpersoonlijking van de writers Block tips en tricks om eindelijk een roman te schrijven die niet wordt afgedankt door de uitgever. Tussen de stukjes door is het boekje volgepropt met tonnen strips waarin Snoopy en zijn schrijfmachine de hoofdrol spelen.
De strips zijn zo herkenbaar als schrijver en zelfs op drie kleine panels kan de auteur een heel verhaal vertellen. Het is echt benijdenswaardig hoe Charles M. Shultz, bijgenaamd Sparky, zoveel kon verwerken in enkele vreselijk kleine tekstballonnetjes. De man zag zijn vak heel zijn leven lang als minderwaardig aan romans en literatuur en uitte dat door de arme Snoopy te laten sukkelen achter zijn tikmachien. Voor mijn part had die man daar groot ongelijk in, want Peanuts is echt een must voor elk fervent lezer.
De tips zijn voornamelijk bestemd voor boekschrijvers, dus niet 100% van toepassing op mezelf aangezien ik (nog) geen boek in mij heb. Hier en daar kon ik er echter toch wat raad uit putten. Het belangrijkste punt daarvan is: veel schrijven en blijven schrijven ook al word je afgekraakt. Ik merk zelf dat het schrijven me vlotter afgaat sinds ik dagelijks tot over mijn oren in de woorden zit. En ik hoop dat ik me nog heel lang mag laten overspoelen. Woorden bevatten magie, de manier waarop je ze achter elkaar plaatst vertelt jouw verhaal en alleen het jouwe. Het is een aartsmoeilijke taak want woorden kunnen verraderlijk zijn. Ze kunnen zich verstoppen, zodat je ze met de beste wil van de wereld niet kan vinden en ze kunnen gewoon verkeerd begrepen worden. Ik sprak ooit de woorden dat fotografie moeilijker is dan schrijven, omdat je enkel een pen en de woorden die al bestaan in je hoofd moet gebruiken en geen apparaat waar je alle functies moet van kennen. Ik trek mijn woorden volledig terug, de schrijfkunst is ware miserie, maar dan miserie die je volledig kan overdonderen en nooit een wrang gevoel achterlaat. Ik heb er alleszins geen spijt van dat ik nog zoveel woorden in me heb!
February 19, 2008

Mensen, ik ben een ongelofelijke uitsteller. De mensen die me kennen, denken nu waarschijnlijk al jahaa, what else is new? Maar toch. Ik wou het maar even aanstippen om dan mijn manier van werken uit de doeken te doen. Voor ik maar enigszins aan iets nuttigs kan beginnen moet ik eerst een vast parcours doorlopen. Via twee fora die ik frequenteer over facebook en myspace en een hele resem blogs. Meestal beperk ik mij tot een aantal blogs van mensen die ik ken, en andere die ik gewoon heel graag lees.
Maar soms, soms mensen durf ik al eens een vreselijk slechte blog lezen. Zo’n blog waarvan je tenen gaan krullen uit plaatsvervangende schaamte. Nu wil ik absoluut niet de arrogante trut uithangen en beweren dat downsideup het summum van wereldliteratuur is. Al kan me nog net voorstellen dat het twee man en een paardenkop kan interesseren. Maar waarom ik dan al die slechte blogs lees? Simpel, dezelfde reden waarom sommige mensen naar reality tv kijken. Ik kan ongelofelijk twijfelen over mijn schrijfsels, of zeg maar, eender wat. Ik kan uren zoeken naar het juiste woord en gek worden als het een tip-of-the-tongue effect met mij uithaalt. Als je dan de ramptoerist kan uithangen op zo’n vreselijk ding, aaneengeregen van dt-fouten (laten we hopen dat ik er nu geen maak en een onnozel figuur sla) en veel te veel persoonlijke details, dan kun je je wel eens wat zekerder van jezelf gaan voelen.
Eigenlijk ben ik hier even een zijweg ingezwalpt want ik wou het eigenlijk hebben over een recente aanwinst van mij. Als lid van de sloddervos anonymous federatie, kan ik dus, zoals de titel van de federatie al suggereert, geen orde houden. En bij geen orde houden hoort ook, ALLES vergeten. Enkele weken geleden kwam ik bij Hema iets geweldigs tegen, voor een warhoofd als ik. Het is een boekje waar je al je taken in kan neerpennen, en naast elk lijntje staat een vakje dat je kan aanvinken als je het gedaan hebt. Het kan kinderlijk klinken, maar sommige taken raken gewoon sneller af met dat boekje in mijn hoofd, wetende dat ik alles mag afvinken als ik ermee klaar ben. Een beetje zoals vroeger met de doodskopjes die je mocht uitduwen op de dozen antibiotica, dan leek dat ook allemaal veel minder erg en vies.
February 17, 2008
Iedereen is wel eens bang en iedereen heeft wel een irrationele angst. Schrik in het donker, de griezels van akelige beestjes, noem maar op. Andermans angst lijkt soms triviaal, want hoe kan je nu bang zijn van een pisseblom? Maar tegelijk voel je het knagende gevoel in je maag als je aan datgene denkt wat jou de stoel op jaagt.
Ik ben op zich geen grote bangerik, heb geen probleem om ’s avonds alleen in Brussel of Mechelen rond te lopen, terwijl dat zogezegd zo’n broeihaarden van gevaar zouden zijn. (puh-lease) De schrik om onbekenden aan te spreken is wonderwel ook zo goed als uitgeroeid. Ben ook allang niet bang meer voor nieuwe dingen beleven. Ook ratten en muizen doen me omzeggens niets.
Maar er is een groep dieren, BEESTEN gewoon, die me zonder verlet de stuipen op het lijf jagen. Fladderbeesten. Ja, fladderbeesten. Geen vogels, maar allerlei insecten met vleugels, en tel daar ook maar van die geniepige klootzakjes bij die even plots als onvoorspelbaar kunnen opspringen, verspringen of wegspringen. Haat Haat Haat ze. Ze fladderen je huis in, like the own the place. Lef hebben ze wel, de gortige rotzakjes.
Als kind rende ik niet alleen achter ijskarren, ik had ook altijd het ingenieuze plan om vlinders te vangen. Waarom weet ik niet, waarschijnlijk had ik Tiny het ooit zien doen. Maar stel je een klein hoogblond hummeltje voor, met een vis(!)net aan het rondhollen achter van die witte bloembestuivers. En zie me dan nog veel harder wegrennen als er eentje in mijn net verzeild was om nadat iemand het arme ding had vrijgelaten, me weeral op exact hetzelfde scenario te storten. Bah. En maar fladderen. Zonder enige regelmaat. Zo onberekenbaar.
Om maar te zeggen dat er ook nog redenen zijn om de zomer wat uit te stellen. Of sterven samen met de bij ook de vlinder, mot en libel uit?
February 16, 2008

Toen ik klein was, konden dagen en vakanties wel eeuwen blijven duren. De GROTE VAKANTIE was dan zo’n oneindig aantal dagen dat ik er met mijn kleine kinderhersentjes niet bijkon. En elke dag was spelen. Of toch bijna. In het derde leerjaar was er een leraar die het educatief verantwoord vond om elke vakantie een(door kinderogen) gigantische stapel taal en rekenen mee te geven. Of die vreselijke vakantieblaadjes die zo’n domper op de dagen van feest kon leggen. (En dan ook elke vakantie redelijk snel mysterieus verdwenen, maar nee ik weet van niks mama, eerlijk!) Eerlijkheidshalve moet ik ook bekennen dat die leerkracht ons ook beloonde met KNIKKERS, goud waard in die tijd.
Maar buiten taal en rekensommen was het dus vakantie. En warm. (Waren de zomers niet altijd warm in lang vervlogen tijden? Of is die sepiakleur gewoon een filter die er met de jaren op herinneringen sluipt? )En dan maar buiten spelen, en de pergola werd ons clubhuis en verboden terrein voor volwassenen. In de tijd dat we nog niet volwassen wilden zijn.
En dan! Dan hoorden we het! Van achter onze doek die ons clubhuis beschermde van geniepige gluurders hoorden we de verlossing! En dan liepen we, zo snel onze beentjes ons konden dragen. ‘Ijsje ijsje ijsje! Geld geld geld!’. Alsof we ons moesten haasten. De ijsman, die we nooit anders kenden als ‘meneer LaLa’ stopte elke dag aan onze deur. Hij wist dat we kwamen, maar toch stonden we altijd doodsangsten uit, want hij zou maar eens moeten doorrijden.
Maar nu komt meneer LaLa niet meer, de volumineuze en goedlachse man stopte zijn ronde. En sindsdien, echt waar, tel maar uit, zijn de zomers niet meer zo lang. En sindsdien is de zomer ook nooit meer zo leuk geweest en ook niet meer zo warm. Want er zijn wel andere ijskarren, maar zonder meneer LaLa.
February 15, 2008

Rond Kerst worden we altijd overstelpt met melige kerstfilms over blije mensen en gelukkige gezinnen die spontaan in falala’s uitbarsten rond een kerstboom. In 1993 kwam daar verandering in, toen Tim Burton met het idee voor een wel heel speciale kerstsfeer op de proppen kwam, waardoor The Nightmare Before Christmas nog steeds een ware cultaanhang geniet.
The Nightmare Before Christmas sleept de kijker vanaf de eerste minuut mee met een aanstekelijk muziekje en bijbehorende griezels. In Halloween Town is elke dag van het jaar een drukke voorbereiding op hun grote feestdag. Op Halloween schitteren de bewoners, en niet in het minst de ster van het dorp Jack Skellington. De slungelige magere hein lookalike is de koning van Halloween maar is ondertussen al wat uitgekeken op zijn taak. Zeg nu zelf, als je uitblinkt in iets waar je geen moeite voor moet doen, is de lol er ook snel af. Ontmoedigd lummelt hij wat rond en komt tot zijn eigen verbazing terecht in een wondere wereld van levende dingen, koud wit spul en duizenden lichtjes. Jack is zo verrukt dat hij het fenomeen aan zijn dorpgenoten wil uitleggen en lanceert een grootscheeps actieplan om Kerstmis naar Halloween Town te verplaatsen.
Jack Skellington mag dan wel de koning zijn van Halloween, Tim Burton is koning van de excentriciteiten. Burton neemt ons mee naar een zonderlinge onderwereld met bizarre en grillige creaturen. De film viert dit jaar zijn 15e verjaardag maar is zonder al die protserige technologie veel mooier in beeld gebracht dan een aantal van de huidige animatiefilms. Bovendien is The Nightmare verre van gedateerd en oogt hij vandaag nog net zo mooi als toen. De magie zit hem in de kleine details, een gekrulde bergtop die zich ontvouwt om Jack veilig naar beneden te brengen, of de duidelijke referentie naar Rudolph the red nosed reindeer in de vorm van de spookhond met de rode lichtneus. Alles aan deze film, of eerder dit musicalesque spektakel is perfect in beeld gebracht. Van de ritmische deuntjes tot het perfect getimede woordenspel en de olijke dansjes die het bonte gezelschap pleegt, het ziet er onovertroffen uit. De muziek is van componist Danny Elfman, vriend aan huis bij Burton. Elfman neemt ook de zingende helft van de rol van Jack Skellington op zich.

Om deze film te maken zijn er 100 mensen drie jaar lang bezig geweest, aangezien het een stop-motion film is moesten er 22 beelden gemaakt worden voor een seconde film. Uitgerekend zijn dat zo’n dikke honderdduizend shots die moesten worden geperfectioneerd. Omwille van verplichtingen voor Batman, kon Tim Burton niet zelf regisseren, dus liet hij zijn geesteskind achter in de handen van Henry Selick,die later ook James and The Giant Peach zou regisseren.Burton kreeg het idee voor The Nightmare Before Christmas, toen hij voorbij een winkel liep en de kerstversiering zag verschijnen terwijl de Halloween decoraties de vuilbak in vlogen. In het originele gedicht waren er maar drie personages; Jack zelf, zijn hondje Zero en Sandy Claws. De film zou in 2006 ook gerereleased worden in 3D, extra spooky dus.
Je kan er niet rond, The Nightmare Before Christmas is een film die je op zijn minst moet gezien hebben om er achteraf uren over te kunnen doorleuteren. Grappig, aanstekelijk, macaber en fantastisch uitgevoerd. Een pluim voor Burton om bij te steken op zijn wellicht al zeer gevederde hoed.
