Monthly Archives: January 2008

Apocalypto

Photobucket

Over Mel Gibson is er de laatste tijd enorm veel verschenen. Hij zou een racistische jodenhater zijn. Toen ik The passion of the Christ zag, was ik er even niet goed van. Het gratuite geweld en rondspattend bloed, het leek wel of hij Jezus Christus – de actiefilm had geproduceerd. Apocalypto was al even controversieel en ik heb dan ook even getwijfeld om te gaan kijken. Uiteindelijk heb ik me laten overhalen door de trailers die visueel veel goeds beloofden. Ik ben absoluut geen actiefreak en hou wel van wat verhaal in een film. Deze twee factoren hebben ze echter proberen te verstrengelen, wat spijtig genoeg eindigde in een semi-happy end.

De film start (net zoals The passion of the Christ) met een quote en niet met een titel, deze wordt pas op het einde getoond. Een ander leuk detail aan de film, is het feit dat er niet met bekende acteurs wordt gegoocheld, zoals bijvoorbeeld in ‘The Departed’. De acteurs zijn niet gekend, en al zeker niet bij het grote publiek.

Het verhaal begint wanneer een groepje Maya’s in de jungle rondhangt na een jachtpartij. Een andere groep wil door hun bos passeren en zodra het stamhoofd ziet dat ze geen kwade bedoelingen hebben laat hij ze door. De man merkt dat er iets ernstigs op til is en voelt dat zijn zoon dat ook aanvoelt. Deze laatste wordt wakker uit een nachtmerrie en beseft dat deze werkelijkheid is geworden. Een bende is het dorp binnengevallen; terwijl ze de hutjes in brand steken gaan ze ook de inwoners vermoorden en verkrachten. Daarna wordt de zoon van het stamhoofd, het hoofdpersonage, ontvoerd net nadat hij zijn vrouw en kind in veiligheid had kunnen brengen. De mensen die niet werden vermoord werden meegenomen naar een dorp waar de vrouwen werden verkocht als slaven en de mannen als offer dienden voor de Zonnegod. Deze had blijkbaar net genoeg van de offers op het moment dat Jaguar Paw, het hoofdpersonage zou worden geofferd. Hierna worden de mannen wiens hoofd nog niet van de Mayaanse Piramides was gerold verzameld op een plein waar ze zonder kleerscheuren moeten overlopen, waarna ze veilig de jungle in kunnen rennen. Er is echter wel een kleine moeilijkheid die ze moeten overkomen, namelijk de mannen die gewapend met pijl en boog en stenen die overgang moeten voorkomen. Wonder o wonder, ons hoofpersonage geraakt voorbij de barrière, alhoewel hij aan de schouder wordt geraakt. De troepen blijven hem achtervolgen tot aan zijn eigen dorp. Onderweg start een ongelofelijke regenbui die Jaguar’s vrouw en kind in gevaar brengt aangezien ze zich in een put verschuilen. Jaguar kan ze nog net redden nadat hij zijn agressor neer had geslagen en twee anderen naar het strand had geleid waar ze verbaasd achterbleven bij het zicht van de conquistadores die op de stranden aanmeerden.

Al bij al dus een happy end, ondanks al de honderden slachtoffers onderweg. Spijtig, want zo komt het verhaal niet echt realistisch over, maar dat mag niet deren. Apocalypto steekt visueel sterk ineen en komt heel hard over op de kijker.

Ook voor deze film werd Mel Gibson aan de schandpaal genageld. Hij werd ervan beschuldigd de Maya’s als veel geweldadiger voor te stellen dan ze geweest waren.

Al bij al was het niet echt een film die ik vaak zal opnieuw zien, mijn kenmerk van een goeie film. Maar ik denk wel dat de film vele actieliefhebbers zal bekoren en ze misschien een ander soort film laten zien dan ‘Die Hard’.

Photobucket

Stephen Fry - The liar

Photobucket

Ik leerde Stephen Fry eerst kennen als de aangename stem die de rol van ‘The hitchhikers guide to the galaxy’ vertolkte in de gelijknamige film. Toen ik dan later in de bibliotheek op enkele boeken van hem stootte was ik dan ook zeer benieuwd. Hij heeft een zeer aangename en grappige schrijfstijl. Hij schuwt geen taboes en heeft het talent de lezer tot de laatste letter te boeien doordat hij het plot op het laatste moment 180° te draaien. Momenteel draait hij mee in een van de best bekeken Engelse programma’s; QI.

The Liar draait om Adrian Healey, die zoals de titel het al doet vermoeden een compulsief leugenaar is. Op een bepaald moment bijvoorbeeld maakt hij de hele faculteit wijs dat hij een verloren pornografisch manuscript van Charles Dickens heeft gevonden. Hij kan de waarheid zo hard naar zijn hand zetten dat hij zelfs de lezer op een verkeerd spoor zet. Het boek is dan ook geschreven vanuit zijn gezichtspunt en halverwege wordt duidelijk dat een deel van zijn levensverhaal volledig uit zijn duim wordt gezogen.

We volgen de jongen van zijn tijd op de kostschool tot wanneer hij een volwassen man is. Je voelt het personage echt veranderen en tegelijkertijd zijn eigenheid bewaren. Al die tijd is Healey, notoir homoseksueel, tot over zijn oren verliefd op de blonde god Hugo Cartwright, die hem heel zijn jonge leven lijkt te achtervolgen. Hij is echter veel te verlegen om de jongen aan te spreken dus er gebeurt nooit iets noemenswaardig.

Op de universiteit smeedt hij een band met de professor Donald Trefusis, die ondanks hij de jongen volledig doorziet toch veel sympathie blijft voelen. In alle eerlijkheid vindt hij het schelmachtige en ronduit leugenachtige karakter van de jongen geweldig. “My first meeting with you only confirmed what I first suspected. You are a fraud, charlatan and a shyster. My favourite kind of person, in fact.“ De professor daagt hem uit een originele gedachte te bedenken nadat hij van Healey een paper kreeg die geweldig was maar steeds andermans ideeën stal.

Hier ‘vindt’ de jongen dan het verloren manuscript. De professor weet ervan en Healey slaagt voor zijn vak. Trefusis is eigenlijk de sleutelfiguur die het hele plot van richting doet veranderen. The Liar start als een gewone roman over een jongen die zijn weg niet lijkt te vinden maar eindigt in een regelrecht spionageverhaal. Trefusis neemt de jongen mee op een reis door Europa en daar gaat de bal aan het rollen.

Fry schrijft geweldig. De man bezit een pen die zelfs de zuurste Brit aan het lachen krijgt. Tegelijkertijd kan hij de lezer ook met een wrang gevoel opzadelen om daarna meteen over te schakelen op vertelsels over de verliefde ziel die in de leugenaar schuilt. Fry’s hoofpersonages kunnen vaak omschreven worden als onaangepaste rotzakken, (zie ook The Hippopotamus) maar hij bezit de kwaliteit de lezer echt te doen meevoelen met hen. De vele fouten worden vergeven en zelfs weggelachen.

Fry schrijft ook heel zwierig en lijkt wel voor elk personage een andere kant van zichzelf aan te spreken. De personages verschillen enorm, vooral in de woorden die ze in de mond nemen. Gesproken over woorden, Fry houdt duidelijk enorm veel van de Engelse taal en er gaat dan ook geen hoofdstuk voorbij zonder prachtige zinsconstructies en hier en daar een verbetering van een van de personages als hij een fout maakt tegen zijn geliefde taal. In The hippopotamus is dit ook duidelijk merkbaar, het boek is voornamelijk opgeschreven in brieven. Het hoofdpersonage gaat dan ook de purist uithangen wanneer zijn petekind een fout over het hoofd ziet.

Zonder twijfel is Stephen Fry een geweldig auteur, de boeken die ik van hem las, kon ik amper neerleggen. Zeker een aanrader!

Photobucket

Gerold

Tegenwoordig rollen we met open ogen overal in. Op radio, tv, in kranten en magazines worden we overspoeld met mensen die ‘erin gerold zijn’. Goh. Jah. Hoe start zoiets, ik deed het zus of zo en dan ben ik in deze business gerold. Vreselijk. Mag er nog ambitie zijn? Het streven naar prachtige doelen, idyllische luchtkastelen. Het is verdwenen, voorgoed gewist uit het collectieve geheugen. Want we rollen.

En als iedereen maar eender welke richting uitrolt, botsen we dan niet halverwege op elkaar? Het trapje-naar-de-top-scenario wordt helemaal uitgevlakt en op de begane grond uitgevochten. Een verkeersopstopping middenin een kruispunt bestaande uit allemaal opgekronkelde mensen die altijd maar verder rollen. Ons rollen beperkt en onze schamele ambitie gefnuikt. Niemand heeft een plan, we worden gerold waar we bijstaan.

Verbijsterend hoe deze en andere rages ons woordenland bevuilen. Niemand neemt nog nieuwe woorden in de mond, uitgezonderd een enkeling die de reikwijdt van zijn term niet kan vermoeden. Het dagelijks nieuws spuwt deze verbasteringen onze huiskamer binnen. De mp3-moord, de sigaretmoord en de luipaardvrouw, alsof elke tragedie in slechts een woord kan omschreven worden. Ik heb zoiets van. Ik ben zo iemand die. Waar blijft de stille mars voor onze taal?

waas

Soms lijken er wel dingen te ontbreken. Alsof er flarden van de dag gewoon weggewaaid zijn. De stations passeren me terwijl ik zittend in de trein in gedachten verzonken ben. Plots klaarwakker wanneer de intercity zijn bestemming bereikt. Is het een vorm van instinct?
Ik betrap me er steeds vaker op dat ik me al dagdromend verplaats van punt A naar punt B, zonder mijn stappen te moeten tellen. Futuristische cyborg op automatische piloot. Het afgelegde traject is volkomen uit mijn geheugen verdwenen.
Wanneer mijn onderbewuste me dan de weg wijst kan ik achteraf niet meer traceren waar mijn gedachten naartoe dwaalden. Het voelt alsof er een moment uit je leven gestolen werd.
Misschien is dit fenomeen een afweermechanisme om de oervervelende routine draaglijk te houden. Een systeem in je hersens dat zorgt dat een bepaalde handeling die vaak exact hetzelfde wordt uitgevoerd geen 100 keer opgeslagen hoeft te worden. Want welk nut heeft het opslaan van steeds hetzelfde stukje informatie?
Soms lijkt het dan weer alsof je van binnenuit gestuurd wordt in gesprekken met anderen. Dat je een stem hoort en beseft dat het de jouwe is en dat ze al jouw waarheden aan het verkondigen is. Je hebt op dat moment schijnbaar geen controle over de onophoudelijke stroom woorden die uit je mond golft.
Op zulke ogenblikken voel je je een vreemde in eigen lijf, die door andermans ogen naar zichzelf kijkt. Tegelijkertijd kan je enkel wezeloos door je vensters naar buiten kijken, waarbij de tint van de ramen alles net dat tikje anders doet ogen, als in een roes waaraan geen intoxicatie vooraf ging. Alsof er een waas zich zachtjes over de dagelijkse dingen drapeert.
Overviel het gevoel je ooit dat die vertrouwde situatie dan toch niet zo alledaags blijkt? Vanuit een verwrongen oogpunt sta je dan te staren op andermans routine. Staat er dan echt iemand met de afstandsbediening de saaie stukken door te spoelen?
Maar waar is dan ondertussen het onderweg naartoe?

Worst case scenario

Zie. Ietwat klein, miezerig muisje. Drentelend. Doelloos over het Hout.Steen.Staal. Vrolijk/Onbevangen. Achteloos, denderende trillingen tegemoet. Onbevreesd voor het Grote Gevaar. Grote Gevaarten. Onwetend. Links/Rechts/Links zonder kijken. Halt. Stop. Stil. Genoeglijk. Zitten in de zomerzon. Maar! In de weer alweer. Donker gaatje waar van de reikwijdte niet vermoed kan worden. Klankeloos en feilloos de weg in het kluwen. Gevonden. Eindbestemming terug start. Stap. Stop. Stap. Stil. Stap. Stop. Stap. Stil. Trippel. TRIL. Trippel. TRIL. Knars. Krijsend halt op stalen statief. Knars. Krak. Nekje brak. STIL.

Overleven

Ze leefde in een dromende wereld. Maar toch, ze leefde. Rondom zag men alleen haar starende ogen en ze vermoedden niet wat er zich achter haar oogkassen afspeelde. De hoogtes en laagtes van een imaginair bestaan dat haar in leven hield. Want ja! Ze leefde. Haar afwezigheid werd toegekend aan diepgewortelde onverschilligheid maar binnenin haar woedde een woordenspel, te wonderlijk voor woorden die uit echte letters bestaan. De klanken die ze verzon versponnen zich tot beelden die de grijze mensen niet konden kennen omdat ze de wil niet hadden andere dingen te zien dan wat hen werd voorgeschoteld. De geometrische figuren die ze kenden konden zich hoogstens van vierkant tot rechthoek vervormen. Zelfs een driedimensionale kubus was hen te gortig, te vergezocht. De ideaalbeelden waar het meisje diep van binnen op broedde stonden zowel lijnrecht als loodrecht op de overtuigingen die anderen door haar strot probeerden te duwen. Ze maanden haar tot meer openheid maar konden het frivole karakter van haar hersenspinsels niet vatten. Ze was vreemd. Ze was anders. Zijzelf hield van dat anders zijn en koesterde het. Maar de vermanende vinger vond het afwijkend en dwong haar zichzelf te verloochenen. Ze verstopte zich steeds meer achter stilte, wat al helemaal als abnormaal beschouwd werd. Liever eindeloze, nutteloze debatten over futiliteiten dan haar niet helemaal aanwezig zijn. Maar diep van binnen en ver weg leefde ze.
Want leven, dat deed ze wel.