Boeken oh boeken.

Oude boeken man, ik heb er altijd al van genoten. Geef mij maar een verweerde paperback met veel plooien en kreuksels. Een boek dat geleefd heeft, dat bepoteld is geweest, geliefd en gekoesterd en heelder dagen meegesleurd werd in een rommelige sacoche. Maar ach, laat ik wel wezen. Ik hou gewoon van boeken. Alle boeken. Ook de nieuwe. Gewoon hun geur al, van de verse inkt op papier. De beloften die dat aroma me stilletjes doet, van een nieuwe wereld die klaar ligt om me letter per letter op te slorpen. Om maar te zeggen dat je me echt niet unsupervised in een boekenwinkel mag achterlaten! Ik ben degene die mijn vriend een extra zak handbagage opdrong toen we van Londen kwamen omdat ik onverwacht een hele zak boeken terug meenam en ik mijn handtas al uit mijn weekendtas had moeten halen omdat ook deze VOL boeken zat. Ik kan me troosten met de woorden van een man op de trein die me aansprak op de omvang van mijn boek (zie verder*), ‘Alors, vous entrainez votre esprit ainsi que vos muscles’. Dan doe ik ineens nog eens iets aan mijn conditie.

De boekenafdeling van de Fnac was waar ik me bevond, meer bepaald te midden van hun heerlijk uitgebreide selectie van Engelse novels. En om nog specifieker te zijn, tussen hun schier eindeloze keuze aan bangelijke Fantasy. Ik kwam voor het eerste boek van de ‘A song of ice and fire’ reeks van George R.R. Martin. Of misschien kocht ik ineens het tweede ook, dan moest ik niet zo snel terug komen, weetuwel. De andere vier konden nog wel wat wachten. Stond ik ineens aan de kassa met de hele reeks behalve het laatste boek wegens nog niet uit in paperback. (Ik ben de geleende versie daarvan in hard cover aan het lezen, zo’n log blok dat meer weegt dan mijn laptop en waarvan me al gevraagd werd of het de Encyclopedia Britannica was. Laat ons wel wezen, niet echt praktisch voor een pendelaar!°) En om dat gebrek dan goed te maken dan ook ineens maar ‘American Gods’ van grote geest Neil Gaiman meegegrabbeld, omdat-ik-dat-toch-al-zo-lang-eens-wou-en-ik-ben-hier-nu-toch-enzo. Toegegeven, ik heb wel twee H.P. Lovecraft’s laten liggen en heb ook oogkleppen opgezet toen ik de naam Terry Pratchett geëtaleerd zag.

Het gat in mijn hand wat boeken betreft komt volgens mij doordat ik ze als een verantwoorde uitgave zie. Het is geen folieke, geen luxeproduct. Het is het voeden van een liefde die al in mijn lijf zit sinds ik het lezen aangeleerd kreeg dankzij Daan en Riet. Ik denk dat het ook misschien komt door mijn vader. Als we vroeger in een winkelstraat liepen werden kleding en schoenenwinkels ostentatief genegeerd. Boekenwinkels daarentegen waren geen probleem en mijn zus en ik hoefden zelfs onze beste smeekbedes niet boven te halen om de winkel te verlaten met vers gebonden papier in een zakje dat we fier konden ronddragen. En op het boekenfestijn durfde hij wel eens grommen als mijn zus en ik met elk twee trolleys vol boeken aan de kassa kwamen, maar uiteindelijk liepen we wel met ons drieën buiten met onze handen vol boekendozen. Het lettervreten zit in mijn genen, vrees ik. Maar ge hoort mij niet klagen!

Tuesday bloody tuesday

Al van zolang ik me kan herinneren zijn maandagen –unlike popular opinion- niet mijn grootste baaldagen. De donderwolken en het onmiskenbare Murphy’s Law gevoel hangen steeds over mijn dinsdagen. Rottige, hatelijke, ochtendhumeurige en alles-loopt-mis dagen van de week.

Vandaag was het niet anders. Nog helemaal slaapdronken word ik wakker in de volle overtuiging dat ik nog zeker 18 zalige snoozeminuten op de conto heb staan. Een tweede blik op de klok weet me te vertellen dat ik nog net een klein kwartiertje heb om me op te frissen, op te tutten, in mijn kleren te hijsen en de deur uit te hollen. In sneltreintempo gooi ik wat water in mijn gezicht, spring ik in mijn kleren die naar goede gewoonte gelukkig al klaarliggen, tem ik mijn haar tot een redelijk aanvaardbare dos en doe ik de nodige plamuurwerken om de ‘komaan-kruip-nu-toch-echt-eens-wat-vroeger-u-bed-in-wallen’ zo goed en zo kwaad mogelijk te verdoezelen. Op een snelstappastempo waar menig nordic walker jaloers op zou zijn begeef ik me op weg naar het station. Ha, deze dinsdag kan me niks maken, ik ben verdorie nog op tijd op het perron!

Maar dan! Onheil! Blijkt dat mijn trein niet aangegeven staat op het bord en dat de eerste trein waar ik wel kan opspringen al met een kwartier vertraging wordt aangekondigd. Fanfreakingtastic. Logica der logica moet mijn directe trein wachten tot meneer IC-met-vertraging het station is gepasseerd dus daar kan ik dan ook meteen naar fluiten. Dan toch maar mijn kans wagen en de IC nemen die toch nog net op tijd in Antwerpen zou moeten geraken. Normaal gezien alleszins, maar dus niet op deze verdomde dinsdagochtend. De trein houdt halt in Antwerpen Berchem en door de luidspreker klinkt volgende nasale boodschap:

“Beste reiziger, omwille van de reeds opgelopen vertraging zal deze trein niet doorrijden tot in Antwerpen Centraal. Bedankt voor uw begrip.”

Bedankt voor uw begrip? Trekt u plan en zoek zelf een verbinding zult ge bedoelen meneer de kaartjesknipper! Enter 200 mensen die allemaal dezelfde trap afmoeten en die dat allemaal uiteraard als eerste willen verwezenlijken. En in hun haast blijkbaar vergeten dat de beste manier om dat te bereiken niet meteen het kinderachtige duw- en trekwerk is, maar dat gewoon een beetje depecheren al een heel eind helpt. In een slakkengang lopen we bijna ceremonieel de trappen af en belanden we eindelijk allemaal op het andere perron. Uiteraard blijkt de wachtende trein amper voorzien op zoveel overstapgeweld maar hoe dan ook, we zijn terug onderweg. Eens aangekomen in Antwerpen Centraal blijkt dat ik niet vlakbij de metro aankom zoals verwacht maar dat ik eerst nog drie verdiepingen moet zakken. Enter weerom dezelfde 200 reizigers met hetzelfde plan en die deze keer als eerste op een roltrap willen belanden, terwijl er aan de overkant een eenzame trap naar beneden rolt. Dan maar wat omweg en uiteindelijk belanden we dan toch op de metro die VERRASSING oh welgekome verrassing ook nog eens stampvol zit. Een verdomde sardine heeft meer ruimte in zijn blikken doos. Aan mijn halte barst ik door de deuren en hoop ik dat deze dinsdag niet te lang meer zal duren. Ijdele hoop, het is 8.30u…

En toen waren er twee (2)

Ze waren niet meteen vriendjes en daar maakte ik me uiteraard overdreven veel zorgen over. Blaas, grom, blaas, grom. Tommeke verstopte zich, net zoals ze deed toen ze hier pas was. Ik voelde me de slechtste moeder ter wereld, want mijn kleine pluis was ongelukkig omdat ik zonodig nog een kitten moest. Maar goed, ondertussen zat ik naar onze nieuwe aanwinst te kijken in de slaapkamer waar ik ze liet acclimatiseren. Ze waggelde wat over het bed. Wacht, ze waggelt? Ja, ons Nola wandelt niet, haar tred wordt wel eens omschreven als die van de ganzen uit de Aristokatten. Als ze springt lijkt ze soms een gems. Als ze snel loopt schuiven haar achterpoten al eens onder haar uit in de bocht. Volgens de dierenarts is er geen probleem dus wij vinden dat vooral schattig.

Ze zeggen wel eens dat honden op hun baasjes gelijken, awel onze poezen lijken op ons. Tommeke is meer mijn vriend, bedachtzaam en gereserveerd en ook heel lief en aanhankelijk. Nola, dat ben ik dan weer. Ze is een beetje hyper, een beetje lomp en vooral héééééél enthousiast. En, niet onbelangrijk, ze bezit de kwaliteit om mijn ochtendhumeur een paar tonen lager te doen zingen, een niet te onderschatten talent. Elke morgen, vanaf het moment dat ze mijn geopende ogen ziet komt ze afgekwakkeld, springt ze luid snorrend op mijn buik en begint ze met haar hele lijf tegen mijn gezicht te wrijven. Ge kunt u niet voorstellen wat een warm en zaligmakend gevoel dat is.

Het is een beetje een speciale, ons Nola. Miauwen doet ze eigenlijk ook niet echt, tenzij in zielige tonen onderweg naar de dierenarts of wanneer ze nat eten krijgen. Haar vocale orders houden meestal het midden tussen een blaf en een kwaak en als ze wil dat Tommeke haar proper likt, dan mrauwt ze zo een beetje. En ze ligt graag op haar kop te staren naar ons. En ze is verzot op rekeningen van de winkel. Maar ze is ZO lief, meneer! Je kan er alles mee uitsteken, ik ken geen kat die zo rap haar buikje toont en dan genoeglijk ligt te kwispelen als we haar strelen. Echt, ’t is er eentje uit de duizend, ook al bleef ze hier onbesproken.

En Tommeke en Nola? Die zijn ondertussen dikke vriendjes, die samen lekker samenspannen tegen hun baasjes. Als er eentje op het aanrecht van de lekkere kip zit te likken, kan je er donder op zeggen dat de ander op uitkijk zit. Jaja, ze durven nog wel eens uithalen naar mekaar, maar als je ze dan half verstrengeld een dutje ziet doen, dan weet je dat het goed zit!

Meet Nola Waggelkont, de gekste kat van’t stad!

Teevee

Er wordt altijd gezegd dat er nooit iets op die lichtbak komt dat de moeite is. En ik moet heel eerlijk toegeven dat ik zelf ook al vaak alle 600 zenders op mijn digicorder ben afgelopen zonder ook maar iets te vinden dat mij een moer interesseerde. However, ik ben er volledig van overtuigd dat dit niet de schuld is van tv-makers, maar eerder van de oetlullen die ze inzetten om de programmaschema’s op te maken. Mijn liefde voor films is een beetje gedimd en nu ben ik meer een seriefiel dan een cinefiel. En verdomme man, er zijn een miljoen supergeweldige series! En toch komt er altijd dezelfde drek op tv. CSI of het zich nu in Miami, La, New York of de boerenpolder is. Series over een bende leeghoofden op een shore die zich blijkbaar in Jersey bevinden, de geboorteplaats van de spray tan. Zoveel zever die zoveel air-time opeist, terwijl er om de haverklap fantastische series gewoon van het scherm gehaald worden. Hieronder een lijstje aanraders van een paar veel te vroeg gecancelde series die iedereen gezien zou moeten hebben!

Firefly (9,4 op IMDB)

Nathan Fillion lovers, unite! Misschien is dit wel een die series die elke zichzelf respecterende übernerd moet gezien hebben. Een seizoen en bam, de hakbijl erin. Triest! Zelf ben ik nooit een fan geweest van avonturen op ruimteschepen, (Futurama even niet meegerekend) maar deze serie overtuigde me dat dat misschien een foute inschatting was.

Carnivalé (8,9 op IMDB)

Akkoord, we werden nog verwend want hier werden er nog twee seizoenen van gemaakt. En ondanks dat ze het verhaal niet hebben kunnen afwerken is Carnivalé een must see van formaat. Normaal gingen er zes seizoenen gelinkt aan de zes boeken worden gemaakt over de freakshow-familie. De sfeer, de beelden, de casting, alles is om duimen en vingers bij af te likken. Je zal vloeken na de laatste aflevering want OH MY GOD, ze eindigen met de grandmother of all cliffhangers, maar dat wil niet zeggen dat deze serie beter te vermijden is. Ik zeg, verplicht kijkvoer. Punt!

Terriers (9,1 op IMDB)

Donal Logue, die we kennen als rosse papa uit Grounded for life, toont dat hij wel wat meer kan dan wat hij daar liet zien. Samen met zijn partner gaan ze als ongecertificeerde detectives aan de slag, waarbij ze het zelf niet zo nauw nemen met de wet. Beetje actie, maar niet overdreven, een likje humor en heel veel intrige. Not your average detective show!

The Black Donnely’s (8,6 op IMDB)

Ik vroeg mijn vriend om maffiaverhaaltjes en hij kwam hiermee aandraven. Vier broers en een aanhangsel die ‘per ongeluk’ in het New Yorkse maffialeven terechtkomen. Leuke vertelstijl, krachtige beelden en verdomd goeie acteurs. Extraatje? Hoofdrolspeler Jonathan Tucker lijkt een samensmelting van Jesse Eisenberg en Joseph Gordon Levitt.

The Event (7,3 op IMDB)

Ach buitenaardse wezentjes zijn van alle tijden, maar het was al even geleden dat er weer een boeiende serie over werd gemaakt. En hoera, deze keer zijn ze niet klein en groen of zoals in het nieuwe Falling Skies gemene robotspinnen, maar gewoon mensen zoals u en ik. Of toch ongeveer dan. Cleane serie met meer dan genoeg twists om het boeiend te houden.

Noot: De imdb scores zet ik er even ter referentie bij omdat deze meestal wel redelijk betrouwbaar zijn en bijgevolg kunnen aantonen dat deze series, als het van de kijkers afhing, nog meerdere seizoenen hadden kunnen standhouden.

En toen waren er twee (1)

Het is een regelrechte schande nondedju, dat ik hier verdorie nog geen enkele letter getikt heb over onze Nola. Het was toen nog 2010 en het was mijn verjaardag. We gingen iets drinken en daarna naar vrienden die net kittens hadden. Nu moet je weten dat ik nog nooit in de buurt van een echte levende kitten was geweest. Ons Tommeke die kwam van bij een collega en was al volgroeid toen we ze in huis haalden, en daarvoor was mijn enige huisdierervaring een wreed schattig dwergkonijntje. Ik bevond dus in een kamer met kleine zwart-witte Fidel en tijgertje Lily. En wat gebeurt er dan met een madam die al begint te iiiii’en en te oooooh’en als er nog maar een poezenstaart op TV voorbij kronkelt? Inderdaad ja, ik werd verliefd. Op Fidelleke, met dat zwarte lijfje, witte pootjes (precies in de verf gelopen!) en een mooie witte bles onder het kinnebakkes.

De vriend zei: ‘Alleeeeeez, een katje. Een kitten in huis! Dat zou nu keilogisch zijn, dan kan jij er op letten in het begin, nu je toch nog thuis bent.’ En mijn hoofd zei dat ons huis toch misschien wat te klein was en haalde nog een heel aantal drogredenen aan. Mijn hart was ondertussen al druk aan het tegen-argumenteren. Een poes alleen, da’s zo zielig, Tommeke zou wel graag een vriendje hebben om mee rond te dollen! En oooh, een kitten, da’s zo lief en speels! En en en, straks is Tommeke te oud om er nog een katje bij te nemen! En zo geschiedde. Een heel weekend surfte ik me rot achter nestjes, belde ik een hele hoop mensen op die me keer op keer vertelden dat de poesjes de deur al uit waren. Bummer. Het werd maandag en we belden de schoonmama: ‘Hallo! Wil jij met ons naar het asiel? –Nu?- JA NU ALSTUBLIEFT, ikkannimeerwachtenjong!’

In het asiel zagen we een aantal kleine lieverdjes die smeekten om mee te mogen. En dan hadden we al half een beslissing gemaakt maar dat katje mocht nog net niet weg. Ja zeg, ik kon echt geen hele week meer wachten hoor! Dan toch maar naar de laatste kamer. Er zat een langharig Tommeke, maar een hokje verder zat er een zwartje, met witte verfpootjes en een witte bles. En de meest speciale kattenogen die ik tot nog toe heb gezien, felgeel met wat oranje vlammetjes met rond de pupil een beetje groen. Ze zetten poesmans op mijn arm, ik keek in haar oogjes, ik keek in de ogen van de vriend en we waren alle twee verkocht. Hup in de mand en vroemm naar huis!

(Wordt vervolgd!)

Vroem

Het was maar een droom. Maar eentje die altijd terug kwam. Sinds ik de rechtmatige leeftijd bereikt had waarop iedereen me begon te vragen wanneer ik nu eindelijk eens achter het stuur kroop. Ik had al van mijn dertiende staan schreeuwen dat ik zo snel ik kon om rijlessen ging, zestien en negen maanden en geen dag later! Maar het werd wel een dag later. En dan een maand. En dan uiteindelijk gingen er zelfs een paar jaren voorbij. En steeds dezelfde droom. Ik reed altijd op een bepaalde weg, steeds dezelfde. Rustig en op het gemak tot ik halverwege besefte dat ik helemaal geen rijbewijs had en helemaal in paniek schoot. Vermoedelijk werd ik altijd wakker op dit punt want meer herinner ik me niet. Dit kwam allemaal terug toen ik via dezelfde baan als in mijn droom destijds, met deze keer wel een –zij het voorlopig- rijbewijs op zak, de mama naar een vriendin bracht. Synchroniciteit ofzoiets.

Nu kan ik beginnen broeden op een nieuwe terugkerende droom. Misschien wordt het deze keer geen paniek over gebrek aan rijbewijs, maar een tekort aan oriëntatiegevoel en totaal verkeerd rijden. De eerste keer naar de ouderlijke woonst bracht mij tot in Schaarbeek, een plek waar ik nog al eens verkeerdelijk beland ben. (Dat was met een trein en nipte verbinding en snel-snel binnenspringen en in een lege en volledig afgesloten trein in het depot van Schaarbeek gered moeten worden gered door een verlegen Franstalige jongen en zijn Vlaamse volkse oudere collega’s en hun mopjes.) Een paar afslagjes gemist wegens een zoektocht naar een gemakkelijke weg naar Zaventem. Hah. Uiteindelijk op de terugweg toch maar de autosnelweg benut en thuis was ik. Maar dus, ik ben eindelijk mobiel! Af en toe maak ik nog eens wat veel lawaai als ik wat sta te klungelen op een bergop, maar da’s om de weg te laten weten: I’m finally here, hear me ROAR!

www.mygola.com

We gaan op reis, we gaan op reis, oh dear lordy, we gaan op reis! Na vier lange reisloze jaren dolen we binnen tien daagjes rond in London. En dat twitterde ik een tijd geleden dan ook, met de vraag om inside tips zodat we naast de toeristenpleisters zeker en vast de atypische zaken niet misliepen. Leuke tips gekregen, maar de beste was nog wel van @ohmygola die me doorverwees naar www.mygola.com. Hier kan je een vraag in het wereldwijde web gooien en ergens zijn er elfjes en gnomes die de beste en meest relevante resultaten tevoorschijn toveren. Of het kunnen ook mensen van vleesch en bloed zijn die via handige webtools de resultaten genereren aan de hand van een aantal zaken die je kan aangeven, da’s altijd ook een mogelijkheid.

En ze stellen bijvragen! En ze excuseren zich dat ze laat antwoorden. (‘Apologies for the extreme delay in reverting to your query’ schreven ze en dat was 24 uur nadat ik mijn vraag had gesteld.) En het is gratis ook nog! Voor twee vragen dan toch, meer dan dat is betalend, zij het aan redelijke tarieven. (Nee, they’re not paying me, ik ben gewoon THAT excited over wat ze doen!)

Mensen, het is alsof ze in mijn hoofd konden kijken. Lees en be amazed! (En plan daarna je volgende reis via www.mygola.com!)

Een van mijn vragen was om tweedehands winkels zowel voor vintage kleding als boeken. Ze openen hun antwoord met een foto van een gigantische boekenkast filled with glorious BOOKS! EN het werd alleen maar beter, beter en BEST!

Een greep(je) uit de suggesties:
Church Street Bookshop: (…) Unless I need or want something specific I always get my books from here because it is ridiculously cheap and they have a great selection. (…)Added bonus is the man behind the counter who is a quintessential English gent and listens to classical music on radio 4, singing along like Toad of Toad Hall.
Three pound shop: Although named The Three Pound Shop (although this may be the unofficial name, I’m not aware of the real name) few items are actually three pounds, in fact they are even less, 1pounds or 2pounds.

En mijn andere vraag heeft me een hele resem Jazz en Blues clubs en festivals, de beste Chicken Biryani in town en nog een aantal comedy mogelijkheden opgeleverd. Vier dagen gaan nooit genoeg zijn…

(Lees alle suggesties hier)

Er is nooit iets op tv.

Soms kan tv zo mooi en oprecht hartverwarmend zijn, dat een uurtje tureluren naar dat scherm alle rottigheid en rommel die er meestal te zien is goedmaakt. Donderdagavond om twintig voor een; een schandalig laat uur voor een docu die iedereen zou moeten gezien hebben

Into the unknown met Josh Bernstein op Discovery World is een kijk op een wereld die maar weinig aan bod komt. Vandaag kijken we binnen bij de Anga stam in Papoea-Nieuw-Guinea. Deze stam eert en herdenkt zijn doden door ze te mummificeren en ze vlakbij hun woonplaats over het dorp te laten uitkijken. Het mummificatieproces is een langdurig eerbetoon aan de dode, uitgevoerd door de familie. Toegegeven, mijn voorkeur zou er niet naar uitgaan, al ben ik net zoals zij geen groot voorstander van het ondergronds gestoken worden, zij het dan om andere redenen. Zij geloven dat als ze een dode aan de grond toevertrouwen, dat de aarde dan om meer bloed schreeuwt. En dan komt er een paar Westerlingen met een bijbel onder de arm moord en brand schreeuwen en een eeuwenoude traditie illegaal maken.

Mogatsu is een van de ouderen van de stam en heeft malaria. Hij voelt de Dood dichterbij sluipen en wil net zoals zijn voorouders verder leven bij en in zijn volk. Maar door de indoctrinatie van Westerse gewoonten, kent de stam de traditionele methode van het mummificeren niet meer en bestaat de kans dat hij net zoals zijn broer onder de aarde wordt bedolven.

Om de traditie te herstellen moet er niet enkel met juristen gepraat worden omdat de Anga wel degelijk het recht hebben hun tradities verder te zetten. Daarnaast zijn er ook drie andere belangrijke elementen. Eerst moet de jongere generatie de nood aan het behoud van de tradities bijgebracht worden. Zij zijn nu eenmaal opgegroeid met het idee dat dit iets ‘vies’ is. Het aanleren van de methode van mummificatie is ook een belangrijk strijdpunt, dat wordt uitgelegd aan de hand van een varken. En dan is het natuurlijk ook heel belangrijk dat ze leren de mummies te bewaren en herstellen voor volgende generaties. Voor dit laatste roepen ze de hulp in van een mummie-expert, die hun doden in ere herstelt, niet met een hoop rommel die in een fabriek werd samengesteld, maar met middelen die de stam dagelijks uit het woud haalt. De voorouderen zijn een geworden met het woud waar ze woonden, en dorpsoudere Mogatsu is door het dolle heen en begint lachend te dansen rond zijn voorvader als hij het resultaat van de herstelling ziet. Die pure blijheid van de oude zieke man zorgt dat de emoties oplaaien. Ik hoop uit de grond van mijn hart, dat Mogatsu statig mag uitkijken over zijn mensen, een eeuwigheid lang.

(Voor meer fantastische docu’s: Tropic of Capricorn met de uitstekende Simon Reeve, waarin hij langs de Steenbokskeerkring reist en allesbehalve een eenzijdig beeld schept van wat hij ziet. Weird Creatures with Nick Baker, ongelofelijk charismatische presentator/levende encyclopedie die op zoek gaat naar de minder gefilmde critters op de wereld. Last Chance to See en Stephen Fry in Amerika hoef ik waarschijnlijk al niet meer te vermelden. Och er zijn er zoveel. Kijk u ogen uit!)

Inception

Wat valt er te zeggen over Inception dat ondertussen nog niet verteld werd?  The most talked about movie of the summer (en lang daarna waarschijnlijk) en toch heb ik er nog behoorlijk over neer te pennen.
Eerst en vooral: ik ben een gigantische Nolan fan. Sinds Memento laat ik geen enkele van zijn films passeren. En hij deed het weer man. Die mens kan het laten donderen en bliksemen in mijn hoofd. Helemaal overhoop was ik na dit spektakel, en voor de eerste keer in lange tijd vond ik de prijs van mijn cinematicketje gerechtigd.

Eindelijk mensen! Eindelijk nog eens een box office hit die eens niet de zoveelste romcom of actiefilm is. Eindelijk nog eens een plot die van voor tot achter klopt. Eindelijk nog eens een film die doet nadenken daar vanboven in de lijst. Want mensen, ik behoor tot de selecte groep kijkers (ik denk dat we met drie zijn) die Avatar niet de beste film in tijden vond. (Eerlijk? De film was gemaakt rond de 3D in plaats van andersom en het verhaal was cliché, overdone en WE WETEN HET NU AL. Daarnaast zat er zeer weinig vaart in het verhaal en het acteerwerk en rate ik hem 20 geeuwen. ) Maar Inception, die had gewoon alles. Fingerlicking good acteerwerk, al viel dat al te vermoeden als je gewoon de affiche maar bekeek. Ik heb bijvoorbeeld altijd al een boon gehad voor Mister Joseph Gordon-Levitt, en na 500 Days of Summer begon ik al te vermoeden dat hij op de rand stond van een Heath Ledgerke. Meaning, een veel te lang onderschat talent dat zachtjesaan zijn weg naar boven aan het zoeken is. En dan Marion Cotillard is een van de beste actrices die de laatste jaren het scherm heeft mogen sieren. De elegantie waarmee zij haar rollen neerzet is grandioos! En laat ik eerlijk zijn, ik ben over het algemeen niet zo’n fan van onze Leo, (dat god awful accent in Shutter Island…)maar hij nam mij deze keer onder de arm door heel het verhaal. Al zou ik nog uren kunnen doormekkeren over Ellen Page dit en Tom Hardy dat en oh look Michael Caine, maar er is ook nog wat anders te rapporteren.

Een ding dat Nolan als de beste kan is een film maken met zoveel lagen dat ongeveer 90% van de filmgangers hem goed gaan vinden. Zonder dat hij afdoet aan de intelligentie van zijn verhaal, zit er ook heel wat actie in. En niet zomaar gratuit ‘Die Hard’-esque actie die je strot uitkomt nog voor het er ingepompt wordt. Nee, doordachte actie die bijna aan ballet doet denken. (Denk: de gevechtsscène in het hotel aan het eind. De elegantie daarvan doet je hoofd tollen.) Dat allemaal met een minimum aan CGI. Dat maakt Nolan zo uniek, dat hij zoveel mogelijk reeël probeert te houden, als er geen computer voor nodig is, dan zal er ook geen aan te pas komen. En al benadert hij een happy end, het voelt absoluut niet alsof de hele film daar naartoe werkt. Het interessante aan Nolan is ook dat hij nooit eenvoudige films maakt, je merkt doorheen de film zijn ambitie en perfectionisme. Gewoon al de plot van Inception, wat doet Nolan anders dan zijn eigen concept ‘inplanting’ uitvoeren op een unsuspecting audience? Hij is gewoon af. Hij is gewoon Nolan. Inception is een mindfuck eersteklas.

Ik deel niet graag een 10 uit, want niks of niemand is perfect, maar this comes pretty damn close. Bij deze:

voorachteruitgang

Dat het hier stillekes geweest is. Ja, ik weet het. Maar ik was mijn innerlijke huisvrouw aan het ontplooien. Mannekes, enig idee hoeveel plezier ik er uithaal mijn schort aan te trekken en te ploeteren in bloem en suiker en heerlijk gesmolten boterchocolade. Mjam. Eerlijk, ik vind het adembenemend. Vijf of meer ingrediënten en daarna komt er daar zo’n lekker geurend ding uit de oven. Binnenkort gaat er hier ook wat afgebakt worden, maar da’s voor later. De teaser voor dramatic change will arrive shortly.

En dan naast dan bakken en volledig vol gekliederde schort, heb ik een naaimachien geërfd. Een naaimachien dat nog van mijn overgrootmoeder was en heeft thuisgehoord in de kast van de mama. Na een kleine veertig jaar is het nu op mijn eettafel beland en OH BOY, the POSSIBILITIES! Eindeloos zijn ze. Elke keer ik iets afgewerkt heb, zit ik al met iets anders in mijn hoofd. En dat vliegt allemaal zo! Ik weet nog dat ik met mijn andere vilten beestjes ganser dagen bezig was, om eentje af te labeuren. En nu kan ik er gerust een paar per dag maken. En kussenslopen! Aan de lopende band! Zo fantastisch simpel. En ik altijd maar jaloers wezen op de handige hakers die het internet bevolken. When a naaimachien was al I needed!
En ik zou ik niet zijn als ik al ambitieus al aan het denken was aan alle prachtige en elegante vintage patronen die ik zal maken tot jurkjes! En rokjes! Maar ik zal het eerst maar even bescheiden houden. Monstertjes en poppenkleren. En misschien dat fraaie vintage kleed dat in mijn kast ligt te verstoffen wat inkorten.

Exhibit A:

Mijn Childhood pop in een nieuw kleedje. Meet Carla!

Exhibit B: Van links naar rechts: Louis, Casper, Oliver, Bob, Gertrude en Richard

En exhibit C: lappenpopje from scratch. Voor de eerste keer echt nagedacht voor ik begon en patronen gebruikt. Meet Miss Olivia