Serial mania (1)

Ik ben geen fan van lijstjes, ik kan geen opsommingen maken en dan zeker niet in volgorde van geweldigheid. Daarom waag ik er me nooit aan. Maar er moest me iets van het hart. De filmfreak in mij heeft wat plaats moeten ruimen voor de seriefreak. Ik kan de films die ik de laatste tijd nog zag op mijn beide handen tellen. Eigenlijk best spijtig, maar een film is altijd een beetje onderdompelen, en na een lange werkdag lukt dat niet altijd even goed meer. Dus series. Iets korter, en een langere tijd om mee te geraken met de personages. Dus, without further ado, I bring to you: Het lijstje der lijstjes van het serierijkdom. (En dan waarschijnlijk in hapklare brokken, want ik kan doorgaan tot in het oneindige.)

Laten we beginnen met wat ons afleidt bij het schrijven momenteel. QI. Misschien niet echt een serie in de echte zin van het woord, maar toch hoort die in het lijstje. Elke keer opnieuw voelt het alsof we een nieuw groot pak onder de kerstboom zien liggen en het strikje per scheurtje mogen openmaken. Het heeft alles, gekke Britten, crazy facts en Stephen Fry en Alan Davies. Stephen Fry, die mogen ze altijd met een strik errond onder mijn kerstboom leggen. Ik zou hem goed verzorgen met de beste wifi verbinding en luisteren naar wat hij ook maar te vertellen heeft zijn oer-Britse accent en gevleugelde woorden en zijn geruststellend stemgeluid.

Van Fry Naar zijn Kompaan Hugh Laurie, die als een prachtpaar ergens eind de jaren ’80 schitterden in ‘A bit of Fry and Laurie’. Een skitshow die twee geniën samenbracht in een absurde wereld, compleet op zijn kop. En dan jaren later is Laurie de über-Amerikaanse Gregory House. Eigenlijk, eerlijk, zonder House zelf zou de dynamiek van die serie niks waard zijn. Jahaa, we weten, het is lupus en doe nog eens een Lumbar punction. Maar die mens, dat personage, die grimmige rotzak met zijn ergerlijke trekjes en veel te grappige puns, die maakt het allemaal!

En gesproken van rotzakken, laten we overgaan naar The Sopranos. Ik zag ooit een paar afleveringen en vond het maar zeer zo-zo. Tot ik vanaf aflevering een aan de zetel gekluisterd zat, terwijl het verhaal en de personages zich ontplooiden tot een perfect voorbeeld van klasse-tv. Een serie waarvan je hart breekt als de laatste aftiteling passeert. Beter valt het niet te beschrijven. En dat taaltje, om van te smikkelen en smullen. Vergeet de Godfather, Don Tony is de enige echte maffiabaas.
Einde deel 1

.

Dat het sneeuwt verdomme. En dat iedereen dat ook al wist zonder dat ik of 90% van de Facebook-populatie dit moest uitschreeuwen. (De meesten dan nog een dag te vroeg. U weet wel, die sneeuwstorm op woensdag met die 3 en een halve vlok.) Gisteren al shoppend in de hoofdstad door de witte wolken overvallen. In zo’n winkelstraat heb je er echt geen idee van hoeveel bevroren water zich al heeft opgestapeld in alle hoeken en kanten van de minder bevolkte wereld. Onderweg naar huis op een veel te overvolle trein pas gemerkt dat de wereld was bedekt met een witte dons.

Dat winkelen trouwens, kan iemand me vertellen waar het goed voor is? Het kopen van cadeautjes van de moet? Zucht, ik ben blij dat dit maar één keer per jaar hoeft te gebeuren. En ik ben relatief tevreden met de al dan niet ingepakte zaken die onder verschillende kerstbomen hun opwachting zullen maken.

Gesproken van kerstbomen, ik heb mijn gevecht tegen deze en alle andere Kersten verloren. We hebben een, zij het karig versierde, maar wel volledig echte, kerstboom in huis gehaald. De kat is alleszins danig geïnteresseerd. Snuffelen, vechten met de decoratie en er zoveel mogelijk onder en achter kruipen, da’s eens iets anders dan de hele dag slapen he. Nee, zachtjesaan verlaten de Grinch en Ebenezer Scrooge mijn lichaam . En stilletjesaan begin ik zelfs mee te zingen met een aantal aanvaardbare kerstklassiekers, stel het u voor. En ik hoefde er niet eens voor bezocht te worden door drie Jim Carreys. Overigens, de nieuwe A Christmas Carol is zeker en vast meer dan den moeite, al ligt hij met momenten wat zwaar op de maag. Laat de kinderen thuis en zet de 3d-brilletjes op en laat je volledig meeslepen in een duisteren kerstwereld met een happy end.

Laat ik eindigen met mee te delen dat we onze stoep niet ijsvrij kunnen krijgen wegens zouttekort. Dus if at all possible, breek uw benen aan de overkant, want ik heb geen zin in een kort geding over de staat van mijn sneeuwstoep. Welbedankt.

You’d think I’d be Zen after ranting like this…

Regelmatige bezoekers weten dat ik gemakkelijk op mijn ‘Meende da nu… ECHT?’- paard zit. Ik erger me aan tv en de zinloze zakken die de uren zendtijd jolig vullen met telkens het zelfde, uit de context gerukte, zinnetje van een of andere lamledige kandidaat van een al even banaal programma. Laten we nu eens een dinsdagavond met VT4 wegzakken. Dan kan de avond beginnen met Komen Eten, een programma dat ooit misschien nog wel eens over koken ging. Denk ik. Momenteel gaat het erom om zoveel mogelijk randdebielen hun zegje te laten doen, en dan de andere kandidaten lekker af te zeiken als ze alleen zijn met de camera. Dat ze zich toch nog eens een visueel beeld moeten vormen van een item op het menu, waar I kid you not, alle ingrediënten in de beschrijving zaten. Kip, gevuld met zongedroogde tomaten en nog een of andere lekkernij. Dat we ons daar eens een visueel beeld van moeten vormen. Goh, ik zou anders misschien eens voor een auditief beeld gaan, dat schept misschien minder verwachtingen. Diezelfde weledelmachtige wist ons daarna nog even mee te geven dat het toch godgeklaagd was met die mannen die kookten. Een man is een man en de taakverdeling is er voor iets, namelijk om ervoor te zorgen dat we niet allemaal van de weeromstuit in lesbi’s (haar woorden, not mine) en homo’s veranderen. Daar heb ik zelfs geen woorden voor. Of laten we eens een avondje wegzakken met De Block. Waarin mensen meer lopen weg te gaan, dan dat ze verbouwingen doen. Ofwel lopen ze weg omdat de jury hun kamer niet de beste vindt, ofwel lopen ze tot 2 of 3 maal weg (een mens zou de tel verliezen) omdat ze niet akkoord gaan met de regels van het spel en bij uitbreiding die van de bouwreguleringen. En dan toch, altijd met hangende pootjes terugkeren. Zielig vind ik dat. Hang gerust de koppige kleine met zijn pette uit, maar alstublieft, bewaar u zelfrespect en blijf in godsnaam THUIS.

Daarnaast, kan ook TV van een net iets betere kwaliteit mij wanhopig doen steigeren. In Last Chance to See met überknuffelbeer Stephen Fry leerde ik dat we goed bezig zijn qua natuurbehoud. (Ik zal al maar een kommetje plaatsen om het druipende sarcasme op te vangen.) Niet alleen sterven er talloze ongelofelijk machtige beesten uit omdat we pakweg hun hoorns of slagtanden willen. Daarnaast nemen we nog al hun leefruimte af. Wist u trouwens dat ‘Bewaar het regenwoud’ en ‘Hoezee, gerecycleerd papier’ elkaar blijkbaar totaal tegenspreken? Probeer deze mindboggling logica te volgen: om ervoor te zorgen dat het regenwoud niet nog meer in de vernieling wordt gestort, willen wij brave en natuurliefhebbende Westerlingen onze boodschappenlijstjes op recycleerbaar papier neerkrabbelen. Om deze soort papier te fabriceren is er een bepaald gewas vandoen waarvoor we het regenwoud aan het afbreken zijn om het te kunnen verbouwen. Waar is de logica? Heeft iemand daar ooit een seconde over nagedacht? Dat is toch volstrekt onmogelijk, dat er dan niemand was die, die tijdens de vergadering waar dit geniale idee besproken werd, even fronste en dacht… Wait a minute. Hoe bewaren we iets, dat we moeten vernietigen om het te bewaren. Is dit wel productief? Is dit wel een goed idee? Gelukkig is er ook nog goed nieuws, dat deze generatie de Kakapo aan het redden is bijvoorbeeld en dat dit machtig beest binnenkort misschien wel terug zijn oorspronkelijke thuis kan bewonen en niet langer meer in een eilandreservaat moet leven. Oke, misschien heb je het gezocht als je een papegaai bent die niet kan vliegen en maar wat schattig rondhobbelt als een prooi op poten, maar dit kleine beest is wel een van de meest geweldige vogels die ik in al mijn documentairezappen ben tegengekomen. Check alleen al maar het filmje van Mark Carwardine die nogal hardvochtig wordt aangepakt door een prachtexemplaar die er blijkbaar zeer veel plezier in schept de fotograaf te verwonden.
Klik: ->Mark Carwardo meets mister Kakapo

Of ik kan het misschien ook hebben over een feit dat een collega me aanbracht. Ze wou haar dochter helpen met de huistaken en ze begonnen vrolijk aan de zinsontleding. Waarop mijn collega tot haar grote consternatie ontdekte dat haar dochter evengoed Russische zinnen kon gaan ontleden, want dat ze begot niet wist wat dat kind allemaal te benoemen had. Het ging om de DOE- en HOE-woorden. Bij navraag aan de juf, bleek het om werkwoorden en adjectieven te gaan. Als ik zo iets hoor mensen, dan begint er vanuit mijn buik iets te grommelen en grollen. Het borrelt dan helemaal naar boven richting slokdarm en recht door mijn keelgat omgezet naar geluidstrillingen die minstens een kwartier niet meer te stoppen zijn. Serieus, zijn ze echt onze kinderen dommer aan het maken? Ik was al razend toen ze ons (de meisjes) bij L.O. een andere versie basket-/volley-/voet en wat dan nog-bal lieten spelen. Bij volleybal moesten we niet toetsen, maar mochten we de bal opvangen. Bij basket maakte het blijkbaar niet zoveel uit wat de regels van streetbasket waren, het ontaardde gewoon in een partijtje ‘gooi de bal in de ring, mens’. Maar taal. Aan taal moeten ze niet komen. Akkoord, ik was al nooit een fan van zinsontleding. Ik vond dat we daar allemaal niet teveel moesten over nadenken en zinnen gewoon moesten vormen in plaats van ze te benoemen. Zinsontleding was een te kille benadering van taal, te wiskundig. Maar wat is er nu zo moeilijk te onthouden aan WERKwoord, dat we er DOE-woord van moeten maken. In de lagere school! Niet eens in de klas der kleuters! Wat gaan die kinderen doen als ze zich ooit wagen aan Germaanse? Of trekken ze het meteen naar daar door? He professor, nu dat we de DOEHOE-woorden hebben aangeduid in onze tekst van Tiny, mogen we even gaan zakdoekleggen? Verbastering en verdomming van onze taal. We zullen het nooit leren.

De W’s en H’s des levens.

De ganzen vlogen in een V voorbij. Ik zwaaide ze in gedachten uit en wenste ze een goede reis. En dat ze rap mochten terugvliegen, want dan was het terug wat minder kil. Ik zag een moeder en kindje. Mama wees naar de vogels en vertelde hun verhaal. Waarom ze zo vlogen en waar ze naartoe gingen. En dan vind ik het spijtig dat ik dat soort zaken niet meer te leren heb. Dat er nog maar weinig ruimte is voor een ‘Waarom’ eens de 10 gepasseerd. Ik vroeg me deze week nog af waarom een vrouw een betere geurzin heeft tijdens de zwangerschap. Ik maakte me meteen de bedenking dat dit was om hun kind te kunnen beschermen van gevaren die zich via geur kenbaar maakten. Vervolgens werd ik door gelach onthaald toen ik enkele voorbeelden aanhaalde. Goed, ik geef toe dat evolutionair gezien ‘gasgeur’ en ‘brandlucht’ nu misschien niet de meest logische waren, maar toch. Er zat iets in.

Waar is onze zin voor ontdekking? Waarom raken we dat zo snel kwijt? Er is toch niets mooiers dan het ontdekken van een Waarom? Naast misschien een Hoe. Het draait allemaal op Wie’s en Wats en Waars. En dat is meer statisch, en minder gewaarwording. Minder gevoel. Van het Waarom kan je een verhaal breien met poëtische kronkels en krullen. Het WieWatWaar-gegeven is hoe het is, en je kan er wel aan uitbreiden, maar het gaat nooit de waarheid kunnen overstijgen. Met hoe’s en waaroms kan je beelden scheppen en brainstormen. Je kan mensen of sensaties dingen toedichten die desnoods niet reëel zijn, maar wel mogelijk. Dat is het, het creëren van mogelijkheden. Het scheppen van een speelruimte waarin je je gedachten kan laten dansen in alle richtingen, om dan het rag samen te spannen tot een gebalde mening. Waarom? Daarom!

Ontwikkelingen

De kat, die schudde met zijn hoofdje. En omdat we nu eenmaal voorbereid wilden zijn, hadden we al een hoopje kattenboekjes in huis. Die kattenboekjes lieten mij weten dat poesmans misschien wel eens een oorontsteking kon hebben. Een OORONTSTEKING! We hebben de kat nog maar goed een maand en ze gaat al DOOD! (disclaimer: Ik ben bezorgd, en begin direct te panikeren, uiteraard gaat een kat niet dood van een oorontsteking, tenzij ze misschien in een goot ligt te piepen in de koude regen omdat een of andere onverlaat liever kittens langs de kant van de weg achterlaat IN EEN DOOS, dan ze aan de deur van een asiel te droppen. Ja, dat was een zijwegje, want hulpeloze dieren/mensen eender waar, in eender wat voor omhuizing aan hun lot overlaten is gewoon onbegrijpelijk. Onbegrijpelijk is meer dan een understatement. Een understated understatement. Dat is lager-bij-de-grond dan de kern van de aarde, en lager kan niet. Maar goed, terug naar de main road.)

Poes moest toch om een spuitje, dus dachten we dat een bezoekje naar de dierenarts niet overdreven hypochondrisch was. (Als het dan al mogelijk is om in andermans plaats hypochondrisch te zijn, maar goed, u begrijpt waar ik naartoe wil.) Dus we grijpen onze zwart-witte vriend gently but firmly en dirigeren hem in zijn reismandje. Eens hij schoonmoeder’s grijze auto ziet, begint ie zielig te mauwen. Niet miauwen, maar mauwen, een laag keelgeluid dat zo ongelofelijk zielig is dat het hart van de Tinnen man uit de Wizard of Oz zou breken.

Aangekomen bij de dierenarts mocht hij uit zijn huisje op verplaatsing. Hij liet gehoorzaam in zijn bekje kijken en slikte zonder morren het ontwormingspilletje door. Bij het spuitje gaf hij zelfs geen kik! In tegenstelling tot mijn konijn een paar jaar geleden was Tommeke de braafheid zelve en liep hij niet met een spuit in zijn lijf de hele dierenartsenpraktijk rond. Dan kwam het moment waarop de dierenarts naging of het nodig was dat we hem lieten castreren. De zoektocht naar de teelballen kon beginnen en mocht lyrisch eindigen met de anticlimax: ‘euh, da’s een kattin’. We hebben dus een poes, en tot die conclusie moeten we komen nadat ik al een maand lang probeer af te leren dat niet elke kat vrouwelijk is en dat we een hij’tje hadden.

gedachte van de dag 0

Het kriebelt. Er zit van alles ongeordend, en als ik dat op rij krijg, dan zit er iets in. Kwestie van brainstormen en altijd pen en papier bij te hebben. Ik kan er veel in kwijt, en zal ook niet teveel loslaten. Langzaamaan vormt er zich iets. You’ll see.

Tompoes

De poes, die is ondertussen onze baby. Onze hyperlieve en rare kater in huis. Als ik weg ga gaat het kopje een lichtjes schuin. En grote en veel te vragende oogjes. En een miauwtje hier of een ‘laat ik je eens lekker vertragen door voor je voeten te lopen of mij te verstoppen onder een trede van de trap!’. Niet echt eronder –al neigt hij wel vaak naar onderduiken in every nook and cranny - maar zo absoluut niet verstopt dat het grappig is. Als een worstje uitgestrekt over de hele tree. En af en toe stiekem vanachter zijn weinig verhullend latje hout kijken om te zien of ik hem al gevonden heb. En dan ineens zoevend van de trap, of misschien weer naar boven, IK WEET HET NIET, ZO VEEL OPTIES.

Onze kat, ja die zorgt ervoor dat we niet teveel geld meer gaan uitgeven. Uiteraard is dat beestje rotverwend door ons, maar hij lijkt ons te willen zeggen dat dat allemaal voor niks nodig is. Hier kleine vriend: een minikrabpaaltje met balletje en muisje-op-een veer. Hier grote baas, lijk ie dan te zeggen, de doos van dat krabding en ik die erop lig. Ja, baas, liever op de doos dan in dat knusse mandje dat je voor me kocht. Of de wasmand! Of nee wacht! De pizzadoos, NOG BETER!

Maar het balletje, dat is wel zijn vriend. Alhoewel, vriend, da’s misschien wat te ver gezocht. Tom rent gelijk gek heel het huis rond, onder veel te lage tafels en kastjes om zijn prooi te vinden. Soms knalt hij zelfs in zijn volle enthousiasme tegen met zijn kop of schouder tegen de tafel of de gitaar. En elke avond als we thuiskomen, floddert hij langs onze benen en miauwt het verhaal van de dag die we gemist hebben. En gisteren, zat hij zelfs voor het raam te wachten toen ik thuiskwam, en de druilerige dag klaarde ineens zienderogen op.

En eentje om de stilte te verdoezelen

(Want je kan alles vergeven als je in die oogjes kijkt!)
(En dan zeker in betere kwaliteit)

de pen

Mijn inkt lijkt even op. En ik vind momenteel klaarblijkelijk geen vullingen meer. Misschien kijk ik teveel over de kleine dingen, die dingen die de inspiratie voeden. Misschien sluimert de slaap teveel in mijn hoofd en zie ik door die schemer de woorden niet. Het is niet op, er is altijd een bron. Al loop ik dan momenteel door de woestijn waar alleen mirages van onschrijfbare teksten rondwaren. Allemaal kleine beetjes letter die op iets lijken als ze onverbonden dansen in mijn hoofd. Maar eens ik ze neerschrijf zijn ze zo gewoon, zo eender aan alle andere geschreven dingen.

Ik blijf bij het idee dat als je niets te vertellen hebt, dat je dat dan ook niet moet doen. Maar ik mis het. Het kriebelt. Ik voel me schuldig dat ik mijn ongeschreven contract met mezelf heb verbroken. Ik zou schrijven, al was het maar een halve minuut en in gedachten. Mijn gedachten waren elders. Maar ik word er ziek van, I need my fix. Al schrijf ik dan gedrochten neer die ik nog niet zou durven laten lezen aan de man die alles wel lijkt goed te vinden wat ik neerkribbel. Al durf ik ze zelf amper nalezen omwille van mijn plaatsvervangende schaamte. Plaatsvervangend omdat ik ze niet wil zien als mijn teksten. Maar, in elke slechte tekst zit wel een goede zin, of op zijn minst een strak idee. Misschien, als ik alle goede zinnen, uit alle slechte stukjes knip. Dan maak ik misschien dat boek. Een boek vol onsamenhangendheid. Just like me. Ik kom er wel, na geschrap en verkreukel en geredigeer. Ooit vinden ze hun weg wel naar elkaar, die woorden. Laat ik ze leiden. Ik blijf ze lijden.

Poes in huis

Poes was eerst een beetje bang en verstopte zich achter elke hoek en kant. Om nog maar te zwijgen van de onmogelijke uitstapjes door onmenselijk kleine openingen. Poes was wantrouwig en wou ons laten weten dat hij niet tevreden was. Dat hij zijn vriendjes, baasjes en oude huisje miste. Dat we verdomd gemeen waren hem zomaar ineens weg te rukken uit die vertrouwde omgeving..
Maar geleidelijk aan draait hij bij. Eerst kwam hij ons wakkermiauwen van onder het bed. Maar toch schichtig wegschieten als we hem aandacht gaven. De nacht erna kwam hij over onze slapende lijven trippelen en aaikes eisen. We obliged, hoe kunt ge nee zeggen tegen zo’n kleine pluisbol?

tough guy

De volgende stap was dat hij zijn snoet kwam tonen in volle daglicht waarna hij het aandurfde de zetel in te springen en daar wat kwam aaikes incasseren. Daarna dutte hij terwijl wij hem streelden. Vannacht sliep hij zelfs even naast ons in bed. Poes is nu zelfs niet meer bang als een van ons rechtstaat om even een andere kamer te verkennen. Daarnet liep hij zelfs nieuwsgierig mee. Poes is een ochtendkater, en voor hem, wil ik ook wel eens meedoen.