Oude boeken man, ik heb er altijd al van genoten. Geef mij maar een verweerde paperback met veel plooien en kreuksels. Een boek dat geleefd heeft, dat bepoteld is geweest, geliefd en gekoesterd en heelder dagen meegesleurd werd in een rommelige sacoche. Maar ach, laat ik wel wezen. Ik hou gewoon van boeken. Alle boeken. Ook de nieuwe. Gewoon hun geur al, van de verse inkt op papier. De beloften die dat aroma me stilletjes doet, van een nieuwe wereld die klaar ligt om me letter per letter op te slorpen. Om maar te zeggen dat je me echt niet unsupervised in een boekenwinkel mag achterlaten! Ik ben degene die mijn vriend een extra zak handbagage opdrong toen we van Londen kwamen omdat ik onverwacht een hele zak boeken terug meenam en ik mijn handtas al uit mijn weekendtas had moeten halen omdat ook deze VOL boeken zat. Ik kan me troosten met de woorden van een man op de trein die me aansprak op de omvang van mijn boek (zie verder*), ‘Alors, vous entrainez votre esprit ainsi que vos muscles’. Dan doe ik ineens nog eens iets aan mijn conditie.
De boekenafdeling van de Fnac was waar ik me bevond, meer bepaald te midden van hun heerlijk uitgebreide selectie van Engelse novels. En om nog specifieker te zijn, tussen hun schier eindeloze keuze aan bangelijke Fantasy. Ik kwam voor het eerste boek van de ‘A song of ice and fire’ reeks van George R.R. Martin. Of misschien kocht ik ineens het tweede ook, dan moest ik niet zo snel terug komen, weetuwel. De andere vier konden nog wel wat wachten. Stond ik ineens aan de kassa met de hele reeks behalve het laatste boek wegens nog niet uit in paperback. (Ik ben de geleende versie daarvan in hard cover aan het lezen, zo’n log blok dat meer weegt dan mijn laptop en waarvan me al gevraagd werd of het de Encyclopedia Britannica was. Laat ons wel wezen, niet echt praktisch voor een pendelaar!°) En om dat gebrek dan goed te maken dan ook ineens maar ‘American Gods’ van grote geest Neil Gaiman meegegrabbeld, omdat-ik-dat-toch-al-zo-lang-eens-wou-en-ik-ben-hier-nu-toch-enzo. Toegegeven, ik heb wel twee H.P. Lovecraft’s laten liggen en heb ook oogkleppen opgezet toen ik de naam Terry Pratchett geëtaleerd zag.
Het gat in mijn hand wat boeken betreft komt volgens mij doordat ik ze als een verantwoorde uitgave zie. Het is geen folieke, geen luxeproduct. Het is het voeden van een liefde die al in mijn lijf zit sinds ik het lezen aangeleerd kreeg dankzij Daan en Riet. Ik denk dat het ook misschien komt door mijn vader. Als we vroeger in een winkelstraat liepen werden kleding en schoenenwinkels ostentatief genegeerd. Boekenwinkels daarentegen waren geen probleem en mijn zus en ik hoefden zelfs onze beste smeekbedes niet boven te halen om de winkel te verlaten met vers gebonden papier in een zakje dat we fier konden ronddragen. En op het boekenfestijn durfde hij wel eens grommen als mijn zus en ik met elk twee trolleys vol boeken aan de kassa kwamen, maar uiteindelijk liepen we wel met ons drieën buiten met onze handen vol boekendozen. Het lettervreten zit in mijn genen, vrees ik. Maar ge hoort mij niet klagen!








